Dat boek met die bananen (thematitel kbw24)

[DOOR SANDRA] Bananen hebben humor
al weet geen mens waarom.
Kijk maar naar dat trosje daar.
Ze liggen allemaal krom.’
– Dat boek met die bananen –

Dit boek is geschikt om zelf te lezen vanaf groep 4.

Het verhaal

Cover Dat boek met die bananen

De 21 versjes in Dat boek met die bananen gaan over bananen én een peer! Bananen die je moeilijk kunt openen, de vorm van een banaan, een banaan als onderzetter, een banaan met bruine vlekjes, bananen baby’s, bananen met humor, een peer in blik en nog veel meer vrolijke gedichten geschreven door Erik van Os, met illustraties van Jan Jutte! Bij het gedicht ‘Bananenblues’ is zelfs muziek gemaakt en dat is te zien via een QR-code achter in het boek dat naar een YouTube-video leidt.

Benieuwd naar dit boek? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

Dat boek met die bananen is een thematitel van de Kinderboekenweek 2024. De inhoud past heel goed bij het thema: ‘Lekker eigenwijs!’ zoals in het gedicht ‘pech gehad’, waarin de schrijver de illusie geeft dat zeven snoepbanaantjes nog veel gezonder zijn dan één banaan! De gedichten in het boek hebben herkenbare thema’s, zoals een bananentelefoon, bananendrankje, Sinterklaas en het eten van bananen.

Handigheidje‘ is het gedicht waarvan ik denk dat het kinderen het hilarisch vinden. Bananen in je oren stoppen zodat je de leerkracht niet hoort of omgekeerd:

‘Maar als je juffrouw iets vertelt
wat jij liefst niét wil horen,
eet dan nooit bananen op
maar stop ze in je oren.’

Mijn persoonlijk favoriet uit het boek gaat over bananen die zo moeilijk te openen zijn. Vrijwel dagelijks zie ik het in mijn klas gebeuren: duwen, trekken, knijpen tot prut en kinderen die vervolgens zeggen dat de banaan, wegens de bruine kleur, rot is! Erik van Os heeft dit in een grappig gedicht samengevat wat goed tot de verbeelding laat spreken. Een niet gerelateerde lees-tip: kinderen bananen laten open knippen met een schaar. Het bevordert de zelfstandigheid, maar levert wel bananensteeltjes op in de scharenbak!

Dit boek is een thematitel van de Kinderboekenweek 2024 Lekker eigenwijs en bevat 21 versjes. Wil je aan de slag met poëzie in de klas? Dan is dit blog een aanrader. Andere mini leeslessen bij poëzie boeken zijn op deze pagina te vinden. Dat boek met die bananen is een thematitel van de Kinderboekenweek voor groep 3 en 4. De andere kerntitels voor deze doelgroep zijn: word nooit groot, Tuf, het stoerste meisje van de oertijd, Hoe beroof je een bank? en Opzij voor Pietje Prinses.

Met dank aan Uitgeverij Gottmer voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Ideeën mini leeslessen Dat boek met die bananen

Om kinderen te enthousiasmeren om het boek te lezen en hen te stimuleren om erover na te denken kun je het boek koppelen aan mini leeslessen. Dit zijn tevens manieren om met kinderen in gesprek te raken over boeken en hun interesses te ontdekken. Enkele mini leeslessen voor het boek Dat boek met die bananen zijn:

Domme ideeën (blz. 10)

Dit gedicht gaat over dingen die je met een banaan kunt doen. Je kunt het gebruiken als onderzetter en als boekenlegger, maar dat vindt de schrijver een dom idee.

  • Welke zinnen rijmen? In dit gedicht valt op dat de even zinnen op elkaar rijmen en de oneven zinnen geen rijmwoorden bevatten.
    Leesvraag: Op welke manier kom je rijm tegen in jouw boek? Vertel erover.
  • In het gedicht worden domme dingen bedacht om met een banaan te kunnen doen.
    Leesvraag: Wat zou jouw personage bedenken om met een banaan te doen?
  • Stelopdracht: Kun jij een dom idee bedenken om met een banaan te doen? Waarom vind je dat een dom idee? Kunnen jullie samen het gedicht langer maken? Begin met de aanvulzin: ‘Een banaan als…?’. Zorg ervoor dat zin 2 en zin 4 rijmen.

Blij met onze baby (blz. 16)

Bananen groeien krom. De ‘bananenouders’ in dit gedicht schrijven dat de baby net geboren is en al meteen een kromme rug heeft.

  • Wat bedoelt de schrijver met dit gedicht?
    Leesvraag: Wat bedoelt de schrijver met het stuk dat jij vandaag leest? Zit er een diepgaande laag in? Een gedachte erachter? Misschien wel gewoon ‘vermakelijk zijn’.
  • Kun je dit gedicht met iets in het echte leven vergelijken? Je kunt het vergelijken met mensen. Als ze jong zijn hebben ze een rechte rug. Wanneer mensen heel oud zijn, kan het gebeuren dat de rug wat krom komt te staan. Wat is een overeenkomst tussen een bananen en mensen? Wat is het verschil?
    Leesvraag: Kun je jouw verhaal met iets uit het echte leven vergelijken?

Bananen hebben humor (blz. 18 en 19)

In dit gedicht wordt beeldspraak gebruikt. Je kunt de betekenis van woorden niet letterlijk nemen. Lees eerst het hele versje voor, waarna je het figuurlijk taalgebruik per alinea bespreekt.

  • Lees alinea 1 voor: Wat wordt bedoeld met krom liggen van het lachen? Dit betekent dat je heel hard moet lachen.
    Leesvraag: Wanneer lag jij krom van het lachen door jouw boek?
  • Alinea 2: Wat betekent in de deuk liggen? Het betekent niet meer bijkomen van het lachen.
    Groepsgesprek: Bij welk voorbeeld van een klasgenoot bij ‘krom liggen van het lachen’, lag jij in een deuk?
  • In alinea 3: Wat is een zuurpruim? Een zuurpruim is een chagrijnig mens. Waarom houdt, in dit versje, een zuurpruim niet van bananen?
    Leesvraag: Komt er een zuurpruim in jouw verhaal voor? Stel dit personage aan de klas voor.

Handigheidje (blz. 20 en 21)

In dit versje wordt de tip gegeven om bananen in je oor te stoppen als je de juffrouw niet wil horen of bij de juffrouw bananen in haar oren te stoppen zodat ze jou niet kan horen.

  • Leesvraag: Waar in jouw boek zou iemand ook wel bananen in z’n oren willen stoppen?
  • Leesvraag: Welke etenswaren komen er in jouw verhaal voor?
  • Stelopdracht: Een raadgedicht is een gedicht waarin steeds hetzelfde woord ontbreekt. Kopieer bladzijde 21 van het boek zonder het woord ‘bananen’ en zonder de afbeeldingen. Laat de kinderen een ander woord bedenken wat in het gedicht past. Het moet iets zijn om op te eten. De kinderen kunnen er eventueel ook een illustratie bij maken. Laat de kinderen de gedichten aan elkaar voor dragen.

Aan de muur (blz. 24)

Bananen kun je ophangen aan de muur in een lijstje.

  • Is het een goed idee om een banaan op te hangen aan de muur? Waarom wel/waarom niet?
    Leesvraag: Welk stukje uit jouw verhaal zou jij willen ophangen aan de muur en waarom?
    Leesvraag: Hoe zouden de personages reageren als er ineens een banaan aan de muur hangt?
  • Dit gedicht kun je verbinden met wereldnieuws van december 2019. Bekijk met de klas dit nieuwsbericht: Banaan aan de muur verkocht voor 150.000 dollar. Wat vind je van een echte banaan als kunstwerk? Kun jij het voorstellen dat je zoveel geld zou uitgeven aan een kunstwerk van een banaan? Waarom wel of niet?
    Leesvraag: Welk kunstwerk past bij jouw boek?
    Leesvraag: Welke waarde kun je aan een voorwerp in jouw boek geven?
    Leesvraag: Hoe zou je jouw boek/het verhaal aan de werkelijkheid kunnen verbinden zoals hier een gedicht aan een krantenartikel verbonden kan worden.
  • Creatieve opdracht: Heb jij ooit een kunstwerk van een stuk fruit gezien? Wat zag je en waar heb je dat gezien? Maak nu een kunstwerk van een stuk fruit (bovenbouw: en zorg ervoor dat dat kunstwerk ook gelijk een stukje boekpromotie is).

Wedstrijdje (blz. 34 en 35)

De banaan en de komkommer houden een wedstrijdje wie het kromst is.

  • Bij elk gedicht in dit boek is een passende illustratie gemaakt. Bekijk met de kinderen de illustratie bij het gedicht: ‘wedstrijdje’. Wat is de verbinding tussen de illustratie en het gedicht. Wat had de illustrator anders kunnen doen om de illustratie nog beter bij het gedicht te laten aansluiten. Kies vervolgens een ander gedicht uit en laat de kinderen hier een passende illustratie bij maken. Kunnen ze uitleggen waarom de illustratie goed bij het gedicht past?
    Leesvraag: Vergelijk nu de illustraties in je eigen boek met de tekst en bespreek ook of dit wel/niet bij elkaar past.

DOWNLOAD hier de Mini leesles leskaart Dat boek met die bananen.

Overige ideeën

  • Wat rijmt er op ‘banaan’ bedenk zoveel mogelijk woorden en schrijf ze in een woordspin.
  • Lees een van de gedichten voor en laat de kinderen een titel bedenken voor het gedicht.
  • Zo geel als een banaan. Kun je je nog meer dingen bedenken die geel zijn?
  • Op bladzijde 8 is een gedicht geschreven in de vorm van een banaan. Dit noem je een vormgedicht. Kies zelf een thema uit waarover je een gedicht wil schrijven, teken vervolgens een vorm die daarbij hoort en bedenk een versje bij de vorm. Voorbeeld: Wil je schrijven over een bloem, teken dan een bloem. Vul daarna de bloemenvorm op met woorden die erbij passen.

Vergelijkbare artikelen