Home / Gastblogger / Anders is anders – en dat is heel gewoon!

Anders is anders – en dat is heel gewoon!

[DOOR MARIE-JOSE] ‘Is Anders nu raar of gek? Nee hoor, niemand is hetzelfde. Iedereen is anders. En dat is maar goed ook!’
– Anders is anders – en dat is heel gewoon! –

Het boek is geschikt om voor te lezen aan kinderen vanaf groep 1.

Het verhaal

AndersAnders is anders dan andere kinderen. Hij houdt niet van harde geluiden, fel licht, van rommel en voelt zich niet op zijn gemak als er veel mensen om hem heen zijn. Hij houdt wel van zijn hulphond Skye, van lijstjes en als elke dag alles in dezelfde volgorde wordt gedaan. Dat vindt hij fijn.

Benieuwd naar dit boek? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

Dit boek kun je heel goed gebruiken om aan kinderen duidelijk te maken dat iedereen anders is en er toch bij hoort. Ook is het mooi om te zien hoe Anders toch goed kan functioneren als hij een koptelefoon opzet of een dagritme volgt. In vele groepen zitten kinderen met de diagnose autisme. Voor hen is het herkenbaar en voor kinderen die het niet zo goed begrijpen waarom deze kinderen anders reageren is dit een mooi boek om het bespreekbaar te maken.

Als je het boek openslaat zie je allerlei mensen en kinderen met verschillende aandoeningen. Hier wordt genoemd dat Anders autisme heeft. De auteur Sam Loman geeft op deze pagina ook heel subtiel haar eigen beperkingen weer en kun je lezen dat Skyeler in het echt haar hond is.

Autisme krijgt in dit boek een positieve draai want het is toch maar saai als iedereen hetzelfde zou zijn. Anders zijn is normaal, leuk en bijzonder. Het is een prachtig ontroerend boek en het kan helpen om meer begrip te krijgen voor kinderen die anders zijn en het kan kinderen met autisme zelfvertrouwen geven.

Met dank aan  Uitgeverij Van Goor voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Bekijk dit boek

Ideeën mini leeslessen Anders is anders – en dat is heel gewoon!

In de onderbouw werken de mini leeslessen anders. Het voornaamste doel van het voorlezen in de onderbouw is het leesplezier! Kinderen die graag worden voorgelezen en het fijn vinden om boeken te bekijken, zullen later het lezen sneller oppakken. Bij de keuze van het boek is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
In onderstaande mini leeslessen staat beschreven hoe je Anders is anders – en dat is heel gewoon! kunt voorlezen. Voorlezen is een manier om naast het vergroten van het leesplezier te werken aan andere doelen zoals het vergroten van de woordenschat, het inzicht in zinsbouw, verhaalbegrip, de communicatievaardigheid en boekoriëntatie te werken.

Voor het voorlezen:

Bekijk met de leerlingen de kaft en praat erover voor je start met voorlezen.

  • Kijk naar de illustratie en vraag de kinderen wat ze zien.
    • Hoe kijkt de jongen op de kaft?
    • Hoe voelt hij zich?
    • Wat zou er op die briefjes staan?
    • Waarom draag hij een koptelefoon?
  • Lees de woorden van de titel voor en vraag of de kinderen willen nadenken over ‘Anders is anders-en dat is heel gewoon!’, wat zou daarmee bedoeld worden?

Bij LIST bij kleuters vertel je kort de strekking van het verhaal zonder dat je de clou weggeeft. Je wil dat kleuters nieuwsgierig worden en de juiste informatie tot zich nemen, waardoor het verhaalbegrip zo groot mogelijk wordt. Voor dit boek zou dat als volgt kunnen:

  • Anders is het jongetje in dit boek. Soms is hij blij, soms bang en soms boos. Dat is net als bij alle andere kinderen. Bij Anders is het toch anders dan bij de meeste kinderen luister maar…

Als het prentenboek voor de eerste keer voorgelezen wordt, onderbreek je bij LIST voor kleuter het verhaal zo min mogelijk. Je geeft alleen maar uitleg als je denkt dat sommige woorden te moeilijk zijn om het verhaal te begrijpen.  In dit prentenboek staan geen moeilijke woorden. Wel is het belangrijk dat de kinderen de prenten goed kunnen zien want deze illustreren de tekst op een prachtige manier. Je kunt aan de tekeningen zien hoe Anders zich voelt.

Maak een keuze uit onderstaande vragen om dieper door te vragen:

Kijk en vergelijk:

  • Kijk na de eerste keer voorlezen naar hoe Anders eruitziet. Hoe voelt hij zich in de verschillende situaties. Hoe zou dat komen?
  • Bekijk de twee pagina’s met het dagritme. De eerste dag voelt Anders zich fijn, de tweede dag niet. Wat is er allemaal anders de tweede dag waardoor Anders zich niet fijn voelt?

Bedenken:

  • In het boek kom je twee pagina’s tegen waarop iedereen hetzelfde is.
  • Als jij hetzelfde zou zijn als een ander kind uit de klas wat zou er dan aan jou veranderen?

Oplossen:

  • Als Anders jouw vriendje zou zijn waarmee zou je dan samen kunnen spelen?
  • Hoe zou Anders zich fijn voelen. Waar kun jij dan rekening mee houden?

Voorspellen:

In het boek kom je een lege pagina tegen met de tekst: ‘Daarna heeft hij een lege pagina nodig’. Anders zit op een stoeltje met de ogen dicht op de pagina ernaast.

  • Waar denk jij dat Anders aan denkt

Ontwerpen:

  • Als jij een tekening maakt voor Anders, wat zou jij dan tekenen? Welke kleuren gebruik je?

Verbinden:

  • Ken jij kinderen die ook anders zijn en toch heel gewoon?

Grote ideeën:

Op de laatste pagina staat: ‘Laat Anders maar lekker anders zijn! Dat is voor Anders heel gewoon.’

  • Wat betekent het als je zegt dat je heel gewoon bent?

 Woorden die goed behandeld kunnen worden bij dit boek om de woordenschat te vergroten:

  • Met behulp van de illustraties: rommel, dino’s, volgorde, lege pagina, saai.
  • Uitleggen met andere woorden: geuren, fel licht, hetzelfde.

LIST bij kleuters

In groep 1-2 wordt op bijna alle scholen gewerkt met thematisch onderwijs. Bij het voorlezen is het dan ook een logische keuze om te kiezen voor prentenboeken die bij het thema passen. Het doel van het thematisch voorlezen is dat de ervarings- en taalbasis van de kinderen vergroot wordt.

Bij de LIST-methodiek kiezen de leerkrachten een essentieel thema, waarbij 1 prentenboek de basis is. Essentiële thema’s zijn brede onderwerpen waar mensen op verschillende wijzen naar kijken en die uitnodigen tot het stellen van vragen en filosoferen. Het zijn thema’s die vaak terug komen in het dagelijks leven. Door het gebruik van een essentieel thema leren kinderen de verbinding te leggen tussen de wereld en zichzelf.

Essentieel thema

Bij dit boek past het essentieel thema: Anders is anders…

De zin die centraal kan staan is: ‘Anders is anders- en dat is heel gewoon!’. Als centrale woord zou ik ‘anders’ kiezen.

Andere essentiële thema’s zouden kunnen zijn:

  • Anders of niet
  • Dit voel ik (emoties)
  • Wauw! (talenten)

Introductie

Als introductie kun je het verhaaltje voorlezen zoals Betty Sluyzer op haar website heeft geplaatst (ongeveer halverwege te vinden onder de afbeelding van de olifant en muis).

Extra vragen en opdrachten: Zet eens twee poppen of twee auto’s naast elkaar. Zijn ze precies hetzelfde? Wat is er anders? Waarin verschillen ze van elkaar?

Mogelijke activiteiten

Creatief schrijven

  • Ieder tekent zijn eigen hoofd. Om het hoofd schrijven de kinderen bij de oren wat ze horen, bij de ogen wat ze zien, bij de neus wat ze ruiken, bij de mond wat warm is en wat koud is etc..
  • Maak een eigen ‘ik’ blad.
  • Maak een eigen dagritme kaart
  • Anders houdt van lijstjes. Maak een lijstje van dingen waar jij van houdt.
  • Anders houdt van Dino’s en weet er alles van. Teken een dino en schrijf erbij wat jij allemaal weet van dino’s.

Motoriek

  • Teken jezelf met behulp van een spiegel. Daarna kunnen de kinderen in de kring vertellen over zichzelf. Welke kleur haar, ogen heb ik, wat is de vorm van mijn gezicht. . Variant hierop: De leerkracht pakt een tekening van een kind en vertelt hoe het kind eruitziet. De andere kinderen raden aan de hand van de beschrijving.

Spel

  • De kinderen doen hun ogen dicht en je maakt steeds ergens anders in de klas een geluid. De kinderen wijzen in de richting van het geluid.
  • Je maakt allerlei verschillende geluiden. De kinderen geven met hun duim omhoog of naar beneden aan of ze het een vervelend geluid vinden of een prettig geluid. (boek dichtslaan, raam opendoen, schrijven op een papier, potlood slijpen etc…)
  • Laat de kinderen de ogen dicht doen en luisteren naar de geluiden die ze horen. Na een minuut inventariseren welke geluiden ze toch nog horen als het in de klas stil is.
  • Anders houdt ervan om alleen te zijn en alleen te spelen. Welke spelletjes in onze klas kun je alleen doen?

Bouwhoek

  • Anders wil elke dag hetzelfde. Kun jij een gebouw maken wat precies hetzelfde eruitziet als op een foto?
  • Twee kinderen in de bouwhoek. De een neemt de leiding en bouwt iets, de ander bouwt precies hetzelfde.
  • 2 kinderen tegenover elkaar met een plaat ertussen. Ze hebben elk tien blokjes ter beschikking. De een zegt wat hij bouwt en waar hij de blokjes neerzet. De ander probeert precies hetzelfde te doen.

Sociaal

  • De hoofdpersoon Anders houdt van blauw. Vraag aan de kinderen om allemaal blauwe kleren aan te doen. Hoe zou Anders zich in deze klas voelen? Wat voelen jullie, wat vind je ervan dat we allemaal iets blauws aan hebben?
  • Hoofdpersoon Anders houdt niet van rommel. Wat in onze klas kunnen we opruimen zodat Anders zich fijn voelt?
  • Anders vindt het fijn dat hij een hulphond heeft. Kijk samen naar Beestyboys hulphond Puck

    of kijk naar het filmpje van de hulphond Kaiko:

    Bespreek met de kinderen wat in het filmpje van Beestieboy hetzelfde is als in het boek.

Muziek

Andere titels bij het thema

Overige ideeën