Home / Ideeën mini leesles / Bovenbouw / De tulpenjongen

De tulpenjongen

[DOOR MAAIKE] ‘Dit is dus mijn Zweedse gastgezin. We kijken elkaar aan. Ik voel me ongemakkelijk zoals ik daar sta met mijn koffertje. Ik mis mijn ouders, mijn zusje en broer opeens heel erg. Niemand zegt wat, maar mevrouw Margareta wijst naar de trap die naar de bovenverdieping leidt. Ze lacht.’
– De tulpenjongen –

Dit boek is geschikt om zelf te lezen vanaf groep 7.

Het verhaal

Cover De tulpenjongen

Het is in het najaar van 1945. De Tweede Wereldoorlog is net ten einde. De elfjarige Wim uit het Betuws dorpje Tiel, gaat in zijn eentje met de trein naar Zweden om aan te sterken na de Hongerwinter die hij heeft meegemaakt. Wim wordt opgenomen in een gastgezin dat bestaat uit moeder Margareta, vader Karl, zus Britta, broer Gustav, broertje Ȧke, zusjes Lisa en Anna, hond Jeppe en de poes Lotta.
Tijdens de reis naar Zweden ziet Wim het landschap veranderen. Van een land vol verwoestingen en lege plekken van bomen die als brandhout zijn gebruikt, naar een land waar bloemen groeien, auto´s rijden en alles heel lijkt. In Zweden aangekomen moet Wim wennen aan de nieuwe situatie. Wonen op een plek waar je niemand kent, ver weg van je familie zijn en communiceren in een vreemde taal. Daarbij heeft Wim de oorlog nog niet verwerkt en krijgt hij regelmatig flashbacks tijdens het slapen die veranderen in nare dromen. Hoe zal Wim zijn jaar in Zweden gaan ervaren?

´Ik heb een paar jaar honger geleden. Nu staat er meer eten voor mijn neus dan ik in lange tijd heb gezien. Ik weet niet wanneer ik voor het laatst  uit een vol glas melk heb gedronken. Oja, dat was in Landskrona, op weg naar Nyköping. Maar daarvoor?´

Benieuwd naar dit boek? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

De tulpenjongen is een waargebeurd verhaal dat wordt verteld vanuit twee verschillende perspectieven, welke elk hoofdstuk worden afgewisseld. Allereerst word je door Wim meegenomen in het verhaal, waarin hij terugblikt op de oorlog in de Nederland, maar ook de lezer meeneemt in zijn nieuwe leven in Zweden. Wat ik enorm sterk vind is dat er door middel van duidelijke voorbeelden wordt beschreven hoe het voor Wim was in de oorlog. Voorbeelden die kinderen zullen herkennen, maar zich er tegelijkertijd niets bij kunnen voorstellen dat dit écht in de oorlog gebeurde. 

 ‘Ik kijk in de grote keuken om me heen. Alles is zo mooi en netjes. Alle keukenkastjes hebben deurtjes, zelfs alle kamers hebben nog deuren. In Nederland, tijdens de laatste, vreselijke oorlogswinter, de Hongerwinter, was er geen brandstof om je huis mee te verwarmen. De mensen stopten toen alles wat ze hadden dat kon branden in de haard. Toen er geen bomen meer waren, gooiden ze zelfs hun deuren en muren op het vuur.

Ook wordt het verhaal verteld vanuit Britta, het oudste kind van het gastgezin waar Wim logeert. Britta observeert Wim en beschrijft hoe ze Wim leert kennen en hoe Wim in de periode dat hij bij hen is zich aanpast en veranderd. Mooi om ook te lezen is hoe de Zweedse broers en zussen nieuwsgierig zijn naar Wim en hoe de band tussen hen steeds hechter wordt. 

De schrijfster, Christina Wahldén, is de dochter van Britta uit het boek. In het nawoord vertelt ze hoe haar moeder, Britta, en Wim na de oorlog contact bleven onderhouden, elkaar bezochten en vrienden bleven.
De tulpenjongen is een prachtig, ontroerend boek die een onderdeel van de oorlog beschrijft, het aansterken van kinderen in het buitenland, wat niet vaak in een kinderboek over de Tweede Wereldoorlog wordt beschreven. Terwijl er ruim 10.000 kinderen uit verschillende landen naar Zweden mochten, om aan te sterken. 

Opzoek naar meer verhalen over kinderen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt? Bekijk dan de boeken als: Alleen beer mocht mee, Verboden te vliegen, Het Achterhuis, of Buiten is het oorlog.

Met dank aan Uitgeverij Kluitman voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Ideeën mini leeslessen De tulpenjongen

Om kinderen te enthousiasmeren om het boek te lezen en hen te stimuleren om erover na te denken kun je het boek koppelen aan mini leeslessen. Dit zijn tevens manieren om met kinderen in gesprek te raken over boeken en hun interesses te ontdekken. Enkele mini leeslessen voor het boek De tulpenjongen zijn:

  • Lees bladzijde 54 ‘Water. Overal water…’ t/m bladzijde 55 ‘…wil niet verdrinken!’ voor. Je leest in dit fragment dat Wim bijna verdrinkt.
    Leesvraag: Is er iemand in jouw leesboek die in gevaar is?
  • Lees bladzijde 60 ‘Papa roept ons..’ t/m bladzijde 61 ‘…bij zich heeft.’ voor. In dit fragment kom je het woord cantharellen tegen. Door verder te lezen in het fragment kom je erachter wat dit woord betekent.
    Leesvraag: Ben je in je boek ook een onbekend woord tegengekomen? Hoe ben je achter de betekenis gekomen?
  • Lees bladzijde 93 ‘Die nacht word…’ t/m bladzijde 95 ‘…de nacht rustig.’ voor. In dit stukje lees je hoe Wim nog nachtmerries heeft over de oorlog in Nederland.
    Leesvraag: Droomt jouw hoofdpersoon ook wel eens?
  • In het volgende stukje lees je hoe Kerstmis in Zweden wordt gevierd. Lees bladzijde 109 ‘Dan slaat papa…’ t/m bladzijde 113 ‘… heel lang nakijkt.‘ voor.
    Leesvraag: Wordt er in jouw leesboek ook een feestdag gevierd?
  • Lees bladzijde 160 ‘Ik moet huilen…’ t/m bladzijde 162 ‘…mis je Wim.’ voor. In dit stuk lees je hoe het gastgezin omgaat met het afscheid van Wim. De jongen die een jaar bij hen heeft gewoond om aan te sterken.
    Leesvraag: Moet er in jouw leesboek ook afscheid worden genomen van iets of iemand? Hoe verloopt dit afscheid?

Overig idee

  • Laat de kinderen in tweetallen informatie verzamelen over de Hongerwinter. Op deze website staan verschillende uitklappers klaar boordevol informatie over de Hongerwinter. Laat de kinderen een poster maken over de Hongerwinter met informatie die zij op deze website hebben gevonden.