Home / Gastblogger / Eén voor jou, twee voor mij

Eén voor jou, twee voor mij

[MARIE-JOSÉ] ‘Zo is het genoeg!’ schreeuwt Beer. ‘Eén voor jou, twee voor mij, punt uit!’
“Dan ben jij mijn vriend niet meer’, zegt wezel.’
– Eén voor jou, twee voor mij –

Dit boek is geschikt om voor te lezen vanaf groep 1.

Het verhaal

Eén voor jou, twee voor mijBeer heeft paddenstoelen gevonden in het bos en wezel kan ze heerlijk klaar maken. Als ze gaan eten hebben ze een probleem. Het zijn drie paddenstoelen. Hoe verdeel je die eerlijk? Ze krijgen er ruzie om, maar hun probleem wordt opgelost door vos die onverwachts opduikt. De oplossing vinden ze allebei niet eerlijk. Dan zijn ze toe aan het toetje…. Weer een probleem! Ze hebben maar drie aardbeien…

Benieuwd naar Eén voor jou, twee voor mij? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

Jörg Mühle heeft in dit speelse prentenboek verhaal en illustraties mooi bij elkaar gebracht. Het verhaal wordt met humor gebracht. De illustraties zijn eenvoudig en herkenbaar voor kleuters. Het bos is omgetoverd tot een huiskamer en keuken waar het gezellig toeven is. Het verhaal nodigt uit tot nadenken en discussie over wat eerlijk en oneerlijk is. Er zitten ook tegenstellingen in. De grote beer tegenover de kleine wezel. De dieren verzinnen zelf allerlei tegengestelde argumenten om meer te krijgen dan de ander. De dieren ruziën met elkaar in taal die kinderen begrijpen, ook de uitgebeelde mimiek is herkenbaar voor kinderen.

Als je goed kijkt zie je ook een tijdlijn. Vos komt steeds dichterbij totdat… En ook is het spannend wat eronder die doek ligt in de keuken. Dat zie je pas op de laatste bladzijde! Ik vind het een geschikt boek voor kleuters omdat het uitnodigt tot praten, kijken, verwonderen, nadenken en het kan bij meerdere thema’s en doelen uit de leerlijn aangeboden worden.

Met dank aan Uitgeverij Gottmer voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Bekijk dit boek hier

Bekijk ook: Panda wil een vriendje

Ideeën mini leeslessen Eén voor jou, twee voor mij

In de onderbouw werken de mini leeslessen anders. Het voornaamste doel van het voorlezen in de onderbouw is het leesplezier! Kinderen die graag worden voorgelezen en het fijn vinden om boeken te bekijken, zullen later het lezen sneller oppakken. Bij de keuze van het boek is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
In onderstaande mini leeslessen staat beschreven hoe je Eén voor jou, twee voor mij kunt voorlezen. Voorlezen is een manier om naast het vergroten van het leesplezier te werken aan andere doelen zoals het vergroten van de woordenschat, het inzicht in zinsbouw, verhaalbegrip, de communicatievaardigheid en boekoriëntatie te werken.

– Enkele  vragen bij het boek zijn:

Voor het voorlezen:

Bekijk met de leerlingen de kaft en praat erover voor je start met voorlezen. Je kunt dit doen door vragen te stellen over de kaft.

  • Wat zie je?
  • Lees de woorden van de titel voor en vraag wat de kinderen denken dat dit betekent.
  • Als ze op het idee komen dat het iets met de paddenstoelen te maken heeft dan kun je doorvragen. Wat zouden ze met die paddenstoelen gaan doen denken jullie?
  • Denken jullie dat beer en wezel vriendjes zijn? Waaraan zie je dat?

Bij LIST bij kleuters vertelt de leerkracht kort de strekking van het verhaal zonder dat je de clou weggeeft. Je wil dat kleuters nieuwsgierig worden en de juiste informatie tot zich nemen, waardoor het verhaalbegrip zo groot mogelijk wordt. Voor dit boek zou dit als volgt kunnen:

  • Beer en wezel zijn vriendjes. Beer heeft paddenstoelen gevonden in het bos en hij weet dat zijn vriend wezel heel lekker kan koken. Daarom heeft hij de paddenstoelen naar wezel gebracht en die maakt er iets lekkers van. Dan gaan ze samen eten, maar ze hebben een probleem want hoe kunnen ze nu de paddenstoelen eerlijk delen?

Als het prentenboek voor de eerste keer voorgelezen wordt, onderbreek je bij LIST voor kleuter het verhaal zo min mogelijk. Je geeft alleen maar uitleg als je denkt dat sommige woorden te moeilijk zijn om het verhaal te begrijpen.  Zorg ervoor dat de kinderen het boek goed kunnen zien.

  • Op de bladzijde waar wezel de paddenstoelen bakt: Je zegt terwijl je naar de afbeelding wijst “Kijk, wezel gaat hier de paddenstoelen bakken. Op de snijplank ligt ook nog wat groens, wat zou dat zijn? In het kastje zal wel zout en peper staan denk ik. Paddenstoelen moet je langzaam laten bakken dan worden ze lekker. Vervolgens lees je de tekst: ‘Zijn vriend wezel is heel blij met de paddenstoelen. Hij maakt ze schoon, bakt ze even aan in een grote koekenpan, gooit er flink wat zout en peper over, doet er nog wat peterselie bij en laat de paddenstoelen lekker sudderen.’
  • Op de bladzijde waarop beer en wezel de vos weg zien lopen: ‘O kijk ze zijn allebei geschrokken en ze hadden niet gedacht dat vos zomaar de paddenstoel weg durfde te pakken’. Vervolgens lees je de tekst: ‘Beer en wezel zijn geschokt. ‘Brutale vos!, roepen ze. ‘Dat is niet eerlijk!,’ ‘Niet te geloven, hij heeft gewoon onze paddenstoel gestolen!’
  • Tijdens de eerste keer voorlezen is het leuk om jezelf regelmatig af te vragen wat er toch onder die doek ligt in de keuken.
  • Nadat je het verhaal voor de eerste keer hebt voorgelezen is het ook leuk om terug te kijken waar vos erachter kwam dat er iets lekkers te halen viel.

Bij een volgende keer voorlezen is het wel mogelijk om dieper na te denken over een fragment van het verhaal. Als je een denkvraag stelt, vraag dan door op wat de leerlingen antwoorden.

Maak na het lezen een keuze uit onderstaande vragen:

  • Wanneer kijken beer en wezel naar elkaar als vriendjes en wanneer kijken ze boos naar elkaar? Hoe komt dat denken jullie?
  • Klopt het wel dat je veel moet eten als je groot bent, of dat je meer moet eten als je nog moet groeien? Wie heeft gelijk volgens jullie,  beer of wezel?
  • Vind je dat het nodig was om ruzie te maken over de derde paddenstoel? Hoe zou jij het gedaan hebben?
  • Wat zou er gebeurd zijn als ze samen vos hadden uitgenodigd om ook mee te eten?

Woorden die goed behandeld kunnen worden bij dit boek om de woordenschat te vergroten:

  • Met behulp van de illustraties: koekenpan, uil, slak, eekhoorn, paraplu, schoudertas, vergiet, fornuis, snijplank, garde, soeplepel, schuimspaan.
  • Uitleggen met andere woorden:onderweg, eerlijk, gedekte tafel, trouwens, maag, knorren, schor, gezond, schreeuwen, geschokt, brutaal, geloven, gestolen, wensen, dol op.
  • Door in het echt met de kinderen samen te koken: recept, sudderen, peterselie, aanbakken, kruiden, verdelen, heerlijk, toetje.

Bekijk ook: Kom erbij

LIST bij kleuters

In groep 1-2 wordt op bijna alle scholen gewerkt met thematisch onderwijs. Bij het voorlezen is het dan ook een logische keuze om te kiezen voor prentenboeken die bij het thema passen. Het doel van het thematisch voorlezen is dat de ervarings- en taalbasis van de kinderen vergroot wordt.

Bij de LIST-methodiek kiezen de leerkrachten een essentieel thema, waarbij 1 prentenboek de basis is. Essentiële thema’s zijn brede onderwerpen waar mensen op verschillende wijzen naar kijken en die uitnodigen tot het stellen van vragen en filosoferen. Het zijn thema’s die vaak terug komen in het dagelijks leven. Door het gebruik van een essentieel thema leren kinderen de verbinding te leggen tussen de wereld en zichzelf.

Essentieel thema

Er zijn verschillende thema’s mogelijk bij het prentenboek Eén voor jou, twee voor mij:

  • Vriendjes
  • Eerlijk delen
  • Heerlijk of Restaurant

Bij het thema ‘Vriendjes‘ past dit boek prachtig als centraal boek. Deze activiteiten van de leespluim zijn ontwikkeld door Suzanne Nelemans en Linske Huijssen met vragen en ideeën rondom dit boek.

Hieronder staan suggesties voor het thema ‘vriendjes’

De zin die centraal kan staan is: ‘dat is niet eerlijk’. Als centrale woord zou ik ‘niet‘ kiezen. Het woordje ‘niet’ is voor kinderen een lastig woord. Zo struikelen ze bij Cito toetsen vaak over de vraag wat zie je niet op het plaatje? Om dit woord concreter te maken voor kinderen kun je een spelletje doen waarbij zij moeten zeggen of je gelijk hebt of niet. Bijvoorbeeld bij de verschillende prenten:

  • ‘Hier is Beer niet boos’, waar of niet waar?
  • ‘Ik zie niet een muis op de bladzijde’ waar of niet waar?

Introductie:

Als introductie kun je dit filmpje laten zien waarin Tommie en Ienemienie een gelijk aantal kastanjes gaan verdelen.

Mogelijke activiteiten

Creatief schrijven:

Het is leerzaam om boeiende schrijfactiviteiten onderdeel te laten zijn van het thema vriendschap.

Een paar ideeën die passen bij Eén voor jou, twee voor mij:

  • Een lijstje maken van wat eerlijk is en wat niet eerlijk is
  • Beer en wezel zijn heel verschillend. Teken en schrijf hoe beer eruitziet en wat hij wil en hoe wezel eruitziet en wat hij wil. Wat is het verschil en wat is hetzelfde?
  • Schrijf het recept van de paddenstoelen die wezel maakt op.
  • Wat zeggen jullie thuis als iets heel lekker is, maak een lijstje van ‘lekkere’ woorden.

Liedjes:

Lezen:

Sociaal-emotionele ontwikkeling:

  • Herkennen van emoties. Je kunt daar de illustraties bij gebruiken en in gesprek gaan met de kinderen hoe zij zich zouden voelen als er iets van hen werd weggepakt, of als ze ruzie krijgen met hun beste vriend
  • Bekijk enkele platen waarop duidelijke emoties te zien zijn uit het boek. Laat de kinderen vertellen hoe de dieren zich voelen en hoe dat komt. Zoek vervolgens naar plaatjes waarbij je verschillende emoties tegenkomt en vraag de kinderen wanneer zij zich zo zouden voelen. Wanneer het lastig is geef dan zelf voorbeelden.
  • Noem een emotie en vraag welke uitdrukking in je gezicht daarbij past.
  • Vraag de kinderen de emotie te laten zien als; iemand je plaagt, als je een compliment krijgt, als iets niet lukt, als je verdrietig bent etc.
  • Maak in gele cirkels emotie smileys en benoem welke emotie dit is. Hang ze in de klas en schrijf de emotie erbij.

Creatief:

  • Laat ze het verhaal naspelen.

Spel:

  • Zorg voor veel kleine materialen die verdeeld kunnen worden, stimuleer om meerdere dingen tegelijk in de hand te houden en deze vanuit de hand te tellen of ergens in te stoppen.
  • Laat de kinderen de keuken van wezel namaken in de speelhoek. Zorg voor een kopie van een plaat uit het boek en een doos met spullen.
  • Plaats ook kinderkookboeken in de speelhoek die ze in hun spel kunnen gebruiken en waar ze in kunnen grasduinen.

Rekenen:

  • Het boek geeft direct aanleiding om het met kinderen te hebben over verdelen.
  • Je kunt een weegschaal toevoegen waarbij je aan de ene kant een hoeveelheid kastanjes of andere kleine voorwerpen legt en ze ervoor zorgen dat de balans in evenwicht is
  • Het overgieten van een drankje in bekers en iedereen krijgt evenveel.
  • In de zandtafel, een bakje vullen met zand en dit zand gelijk verdelen over 3, 4, 5 vormpjes.
  • Differentiatie door ervoor te zorgen dat de hoeveelheid over een ongelijk aantal verdeeld moet worden. Hoe lossen ze het op?

Natuur:

  • Je kunt samen met de kinderen een boswandeling maken en spullen zoeken die ook in het boek staan. Maak vooraf een lijstje vanuit de illustraties uit het boek.

Andere titels bij het thema:

Bekijk ook: Johannes de parkiet

Is dit blog ook interessant voor je vrienden? Deel het dan eenvoudig via onderstaande knoppen!