Home / Gastblogger / Het Sneeuwvlokje

Het Sneeuwvlokje

[DOOR MARIE-JOSE] ‘Noëlle blies wolkjes van adem in de knisperkoude lucht.
Ze dacht: zou het vannacht gaan sneeuwen?
– Het Sneeuwvlokje –

Het boek is geschikt om voor te lezen aan kinderen vanaf groep 1.

Het verhaal

Het SneeuwvlokjeNoëlle wandelt met haar opapa door het dorp en ziet een prachtige etalage met een mooi versierde boom. Zo’n boom wil zij ook wel. Het is koud en Noëlle hoopt dat het gaat sneeuwen.

Het sneeuwvlokje reist door de lucht en wil dolgraag op een veilige plek landen. Steeds als hij denkt te gaan landen blaast de wind hem weer weg. Uiteindelijk ontmoeten het Sneeuwvlokje en Noëlle elkaar.

Benieuwd naar dit boek? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

Een prachtig boek waarin twee verhaallijnen op een ontroerende manier bij elkaar komen. Benji Davies is in 2017 al bekroond als auteur-illustrator voor ‘De kleine walvis’ en heeft voor het boek ‘Donderkopje’ in 2020 de Oscar’s Book Prize ontvangen. Benji Davies kan met kleuren laten zien waar het koud en warm is. De prenten zijn gedetailleerd en samen met de rijke taal en de mooie verhaallijn een aanwinst!

Edward van de Vendel heeft het boek vertaald en hij heeft dat met prachtige rijke taal gedaan. De vele woorden die weergeven hoe een sneeuwvlokje door de lucht zweeft zijn een voorbeeld hiervan. Ik kan dit mooie winterboek daarom ook van harte aanbevelen.

Met dank aan de Uitgeverij Luitingh-Sijthoff voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Bekijk dit boek

Ideeën mini leeslessen Het sneeuwvlokje

In de onderbouw werken de mini leeslessen anders. Het voornaamste doel van het voorlezen in de onderbouw is het leesplezier! Kinderen die graag worden voorgelezen en het fijn vinden om boeken te bekijken, zullen later het lezen sneller oppakken. Bij de keuze van het boek is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
In onderstaande mini leeslessen staat beschreven hoe je Het Sneeuwvlokje kunt voorlezen. Voorlezen is een manier om naast het vergroten van het leesplezier te werken aan andere doelen zoals het vergroten van de woordenschat, het inzicht in zinsbouw, verhaalbegrip, de communicatievaardigheid en boekoriëntatie te werken.

Voor het voorlezen:

Bekijk met de leerlingen de kaft en praat erover voor je start met voorlezen.

  • Kijk naar de illustratie en vraag de kinderen wat ze zien.
  • Lees de titel voor en ga samen met de kinderen bedenken wat er zou kunnengebeuren met het sneeuwvlokje op de kaft.

Bij LIST bij kleuters vertel je kort de strekking van het verhaal zonder dat je de clou weggeeft. Je wil dat kleuters nieuwsgierig worden en de juiste informatie tot zich nemen, waardoor het verhaalbegrip zo groot mogelijk wordt. Voor dit boek zou dat als volgt kunnen:

  • Noëlle wandelt met opapa door het dorp en ze ziet in de etalage van een winkel een prachtige boom. Zo’n boom wil zij ook wel. Ze vindt een tak van een boom en gaat daar samen met mama en opapa een boom van maken. Ondertussen is hoog in de lucht een sneeuwvlokje op reis naar beneden. Hij wil heel graag op een veilige plek landen. Gaat dat lukken?…

Als het prentenboek voor de eerste keer voorgelezen wordt, onderbreek je bij LIST voor kleuters het verhaal zo min mogelijk. Je geeft alleen maar uitleg als je denkt dat sommige woorden te moeilijk zijn om het verhaal te begrijpen.  Zorg ervoor dat de kinderen het boek goed kunnen zien.

Uitleg geven kan op de volgende manier:

  • Op de eerste pagina staat linksonder: ‘Voor mijn vader, die de inspiratie was voor dit verhaal- de echte Opapa. Vertel de kinderen dat de vader van de schrijver aan zijn vader moest denken toen hij het verhaal schreef. En dat is de opa van Noëlle. Noelle noemt haar opa: opapa.
  • Noëlle ziet haar adem in de lucht. Wijs op de illustratie waar je dit ziet en zeg: Ik denk dat het heel koud is. Lees daarna de tekst.
  • Als je leest ‘met bomen bezaaide hellingen….’. Wijs dan op de hellingen en vertel dat je het dal ertussen ziet. Lees dan de tekst.
  • Vertel bij de bladzijde waar ze langs de verlichte ramen komt dat je ziet dat het avond is want dat in heel veel huizen de lichtjes aan zijn. Lees dan de tekst. Wijs ook op de heldere ster in de kerstboom en vertel dat die ster wel heel veel licht geeft. Lees dan de tekst.
  • Als alle sneeuwvlokjes door elkaar buitelen, vertel dan dat je ziet dat het sneeuwvlokje blij is. Lees dan de tekst.
  • Bij de bladzijde waar Noëlle naar bed gaat. Vertel dat je ziet dat ze niet zo vrolijk kijkt en lees dan de tekst.
  • Op de laatste bladzijde vertel je dat je ziet dat er heel veel licht is en lees dan de tekst.

Bij volgende keren voorlezen is het wel mogelijk om dieper na te denken over een fragment van het verhaal. Als je een denkvraag stelt, vraag dan door op wat de leerlingen antwoorden.

Maak een keuze uit onderstaande vragen:

Kijk en vergelijk:

  • Het sneeuwvlokje kijkt op elke bladzijde anders. Van bang tot vrolijk. Laat de kinderen eens vertellen hoe het komt dat het sneeuwvlokje op de ene bladzijde bang is en op een andere bladzijde weer heel blij kijkt.

Betwijfelen:

  • Het sneeuwvlokje wil ergens veilig landen. Kan een sneeuwvlokje ergens veilig landen?

Bedenken:

  • Op de bladzijde waar Noëlle naar bed gaat heeft ze het gevoel dat er iets ontbreekt aan haar boompje. Wat zou dat zijn denken jullie?
  • Op de bladzijde waar Noëlle de kerstboom in de etalage ziet. Opa zegt dat ze misschien volgend jaar een kerstboom krijgt. Hoe komt het denken jullie dat Noëlle dit jaar geen kerstboom krijgt?

Oplossen:

  • Het sneeuwvlokje wilde niet vallen. Hoe komt het denken jullie dat het niet wilde vallen? Wat zou jij tegen het sneeuwvlokje kunnen vertellen ?

Voorspellen:

  •  Het sneeuwvlokje had eindelijk een veilige plek gevonden. Hoe denken jullie dat het verder gaat met het sneeuwvlokje?

Grote ideeën:

  • Het sneeuwvlokje voelde zich een stuk beter toen ze tussen een heleboel andere sneeuwvlokjes naar beneden viel. Hoe komt het dat ze zich tussen al die ander sneeuwvlokjes beter voelde? Wanneer vind jij het fijn om tussen heel veel andere kinderen te zijn?

Ontwerpen:

  • Als jij een kerstboom mocht versieren. Hoe zou die kerstboom er dan uitzien?

Verbinden:

  • Noëlle noemt haar opa opapa. De opa is de papa van haar papa. Wie is de papa van jouw papa en wie is de mama van jouw mama? Hoe noemen jullie de opa’s en de oma’s?
  • Op de bladzijde waar het sneeuwvlokje precies op de piek van de boom is geland. In het boek staat: Eén heel bijzonder sneeuwvlokje was precies… Wat is er zo bijzonder aan dat sneeuwvlokje?

 Woorden die goed behandeld kunnen worden bij dit boek om de woordenschat te vergroten:

  • Met behulp van de illustraties: wolkjes van adem, knisperkoude lucht, met bomen bezaaide hellingen, schitteren, piek.
  • Uitleggen met andere woorden: je redden, er gerust op zijn, veelbelovend, stralende ster, fonkelende boom, op een of andere manier, ontbreken, belangrijk, helder, bijzonder.
  • Uitleggen door het te doen/aan te wijzen: rollen, tollen, joelen, linksom, rechtsom, tuimelen, duizelig, dalen, zweven, lantaarns, gloeien, etalage, buitelen, woelen, langsrazen, wentelen, landen.

LIST bij kleuters

In groep 1-2 wordt op bijna alle scholen gewerkt met thematisch onderwijs. Bij het voorlezen is het dan ook een logische keuze om te kiezen voor prentenboeken die bij het thema passen. Het doel van het thematisch voorlezen is dat de ervarings- en taalbasis van de kinderen vergroot wordt.

Bij de LIST-methodiek kiezen de leerkrachten een essentieel thema, waarbij 1 prentenboek de basis is. Essentiële thema’s zijn brede onderwerpen waar mensen op verschillende wijzen naar kijken en die uitnodigen tot het stellen van vragen en filosoferen. Het zijn thema’s die vaak terugkomen in het dagelijks leven. Door het gebruik van een essentieel thema leren kinderen de verbinding te leggen tussen de wereld en zichzelf.

Essentieel thema

Bij dit boek past het essentieel thema: Ik wil.

De zin die centraal kan staan is: ‘Het sneeuwvlokje straalt als een ster’. Als centrale woord zou ik ‘ster’ kiezen.

Andere essentiële thema’s zouden kunnen zijn:

  • Kerstmis
  • Veilig
  • Seizoenen
  • Op reis

Mogelijke activiteiten

Creatief schrijven

  • Maak net als Noëlle kerstballen en versier ze met de letters die je al kent
  • Schrijf een kaartje voor je eigen opapa
  • Teken de reis van het sneeuwklokje en schrijf erbij waar ze was.

Motoriek

  • Maak sneeuwvlokjes zoals je op de eerste en laatste pagina van het boek ziet. In dit filmpje wordt voorgedaan hoe je dat kunt doen.

  • Maak de kerstballen en de sterren na zoals Noëlle ze samen met mama en opapa heeft gemaakt.
  • Teken een kerstboom met duizend kleuren zoals in het boek.

Spel

  • In het boek worden veel verschillende manieren genoemd hoe een sneeuwvlokje naar beneden dwarrelt. Speel het met de kinderen na en gebruik alle woorden die genoemd worden in het boek. De muziek de vier jaargetijden van Vivaldi kun je als achtergrondmuziek gebruiken.
  • Speel het verhaal in het boek na. Verdeel de rollen: Noëlle, opapa, mama en iemand die met een grote sneeuwvlok de reis van het sneeuwvlokje nadoet, alle kinderen spelen de wind.

Bouwhoek

  • Bouw de brug waar Noëlle op staat na
  • Hoe zien de huizen van de stad en de winkels eruit? Bouw ze na, zorg je ook voor borden aan de winkel zodat je weet wat voor een winkel het is?
  • Versier een kerstboom die je eerst zelf bouwt.
  • Bouw het huisje van Noëlle na

Muziek

Rekenen

  • Tel de kaarsjes in de boom
  • Tel de sneeuwvlokjes met een gezichtje op de bladzijde waar het sneeuwvlokje andere sneeuwvlokjes ontmoet
  • Kijk in het boek, waar is het ochtend, waar is het middag, avond en nacht?
  • Tel de ballen en de strikjes in de boom van Noëlle
  • Hoe lang duurt het voordat een sneeuwvlokje beneden is denken jullie?
  • Welke vorm heeft een sneeuwvlokje, de ramen in het huisje van Noëlle, de brug waar Noëlle op staat?
  • Hoeveel punten heeft een ster?

Andere boeken over winter en kerst met lesideeën

Overige ideeën