Home / Ideeën mini leesles / Bovenbouw / Het wonderlijke winterboek

Het wonderlijke winterboek

[DOOR DORY] ‘De grond geeft licht, de bomen geven licht, en al hun takken geven licht. Wit licht. Het heeft gesneeuwd!’
– Het wonderlijke winterboek –

Dit boek is geschikt om voor te lezen vanaf groep 1.

Het verhaal

Het wonderlijke winterboek

Het wonderlijke winterboek is een verhalenbundel met maar liefst 31 verhalen. Ze spelen zich allemaal af tijdens de winter. Zo wordt er in het dierenbos een winterkoning gekroond, kom je Rudolf het rendier tegen en worden er oliebollen gebakken!

Elk verhaal is door een andere auteur geschreven en de illustraties zijn ook door verschillende illustratoren gemaakt.

Benieuwd naar dit boek? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

Het wonderlijke winterboek vind ik een ideaal boek voor de donkere wintermaanden. Hoe gezellig is het om samen een verhaaltje te lezen dat precies past bij de tijd van het jaar! Het is leuk dat er naast de feestdagen ook verhalen gaan over andere dingen die bij de winter horen zoals schaatsen. Zo is er voor ieder wat wils. De verhalen zijn ook niet te lang, dus je kunt mooi een verhaal helemaal aflezen tijdens het eten en drinken in de klas of voor het slapen gaan thuis.

Hou je van verhalenbundels zoals Het wonderlijke winterboek? Neem dan ook eens een kijkje bij meester Bakkebaard op glad ijs of de kikkerbilletjes van de koning.

Met dank aan Uitgeverij Moon voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Bekijk dit boek

Ideeën mini leeslessen Het wonderlijke winterboek

Om kinderen te enthousiasmeren om het boek te lezen en hen te stimuleren om erover na te denken kun je het boek koppelen aan mini leeslessen. Dit zijn tevens manieren om met kinderen in gesprek te raken over boeken en hun interesses te ontdekken. Enkele mini leeslessen voor het boek Het wonderlijke winterboek zijn:

Sinterklazina

  • Zina eet pepernoten, mandarijnen, worteltjes en nog veel meer om net zoals Sinterklaas te worden. Lees bladzijde 43 ‘Dit is Zina…’ t/m bladzijde 43 ‘…hem te lijken.‘ voor.
    Leesvraag: Wat wordt er in jouw boek allemaal gegeten?
  • Zina heeft een witte pony en die heet Felix. Lees bladzijde 44 ‘Na school haast…’ t/m bladzijde 46 ‘…zeggen, he Felix.‘ voor.
    Leesvraag: Komen er in jouw verhaal huisdieren voor? Welke?
  • Zina heeft een droom, ze wil Sinterklaas opvolgen als hij met pensioen gaat! Lees bladzijde 52 ‘Dank je wel…’ t/m bladzijde 52 ‘…jaar, lieve SinterklaZINA.‘ voor.
    Leesvraag: Heeft er iemand een droom in jouw boek? Iets wat hij/zij wil bereiken?

De beste pakjesavond ooit

  • Dit verhaal speelt zich af in het seizoen winter. Dat kun je weten doordat er met sneeuw gegooid wordt. Lees bladzijde 84 ‘Pak aan! brult…’ t/m bladzijde 85 ‘…een sneeuwpop maken.‘ voor.
    Leesvraag: welk seizoen is het in jouw boek? Hoe weet je dit?
  • Piet heeft een probleem. Hij weet niet meer voor wie welk cadeautje is. Gelukkig hebben Thijs en Bas de oplossing omdat zij Piet gaan helpen. Lees bladzijde 86 ‘Piet kijkt somber…’ t/m bladzijde 86 ‘…maar even mee.‘ voor.
    Leesvraag: Is er een probleem en een oplossing in jouw verhaal?
  • Thijs en Bas hebben een nieuwe vriend gemaakt. Lees bladzijde 90 ‘Het is de…’ t/m bladzijde 91 ‘…nieuwe vrienden maken.‘ voor.
    Leesvraag: wie zijn er vrienden in jouw boek? Maken zij ook nieuwe vrienden?

De slorriekop

  • Opa en oma hebben een leugentje om bestwil bedacht, zodat Bas en Mila niet in de sloot springen. Lees bladzijde 104 ‘En je weet…’ t/m bladzijde 104 ‘…te gaan slapen.‘ voor.
    Leesvraag: Waar wordt er in jouw verhaal gelogen?
  • Oma, Bas en Mila gaan een potje mens-erger-je-niet spelen. Lees bladzijde 105 ‘Genoeg over die…’ t/m bladzijde 105 ‘…Bas en Mila.‘ voor.
    Leesvraag: Welke spelletjes worden er in jouw verhaal gespeeld? !
  • Mila komt in een gevaarlijke situatie terecht, ze zakt door het ijs. Lees bladzijde 108 ‘Mila klimt naar…’ t/m bladzijde 109 ‘…klopt heel snel.‘ voor.
    Leesvraag: Komt er een gevaarlijke situatie voor in jouw boek? Wat gebeurt er?

Oliebollen!

  • Pip en haar vader gaan boodschappen doen en oliebollen bakken. Lees bladzijde 216 ‘We hebben een…’ t/m bladzijde 216 ‘…zegt de kassière.‘ voor.
    Leesvraag: Wordt er in jouw boek gebakken of gekookt? Wat maken ze?
  • Pip en haar vader maken telkens foutjes met het beslag, maar uiteindelijk hebben ze de oplossing. Ze doen al het beslag in een zwembadje. Lees bladzijde 217 ‘Pip pakt het…’ t/m bladzijde 220‘…het oliebollenbeslag rijzen.‘ voor.
    Leesvraag: Gaat er in jouw verhaal ook iets mis, maar vinden ze alsnog een oplossing?

Sneeuw

  • De schrijver van dit boek bedenkt een mooie manier om te omschrijven hoe de wereld eruit ziet als het gesneeuwd heeft. Lees bladzijde 226 ‘Robin springt uit…’ t/m bladzijde 227 ‘…Het heeft gesneeuwd!‘ voor.
    Leesvraag: Hoe omschrijft de schrijver in jouw boek iets op een bijzondere manier?
  • De schrijver vertelt over Robin en Knor. Hij zegt niet precies wie of wat Knor is, maar toch kun je dit wel raden. Lees bladzijde 227 ‘Robin rent terug…’ t/m bladzijde 228 ‘…ze naar buiten.‘ voor.
    Leesvraag: Schrijft de schrijver in jouw boek ook geheimzinnig? Kun je raden wat hij bedoelt?
  • Robin speelt samen met zijn vader en alle kinderen met de sneeuw. Lees bladzijde 229 ‘Want buiten staat…’ t/m bladzijde 231‘… Papa valt ook.‘ voor.
    Leesvraag: Wat wordt er in jouw boek gedaan tijdens het seizoen? Misschien ijsjes eten in de zomer of in de plassen stampen in de herfst?

Een vrolijk kerstfeest

  • De kinderen in de klas van juf Janna gaan een toneelstuk opvoeren. Lees bladzijde 169 ‘Juf Janna slaat…’ t/m bladzijde 169‘…En ik was.‘ voor.
    Leesvraag: Is er in jouw boek ook een optreden?
  • De oma van Rik en Roosje is verdrietig. Rik en Roosje proberen iets goeds voor haar te doen om haar op te vrolijken. Lees bladzijde 172 ‘Wat is er…’ t/m bladzijde 173 ‘…dat lieve kindje.‘ voor.
    Leesvraag: Wie doet er in jouw boek een goede daad?
  • De schrijver gebruikt in het verhaal een spreekwoord. Oma zegt: ‘Ben je betoeterd?’. Hiermee wordt bedoeld of je gek geworden bent. Lees bladzijde 174 ‘Op de dag…’ t/m bladzijde 174‘…en Roosje uit.‘ voor.
    Leesvraag: Welke spreekwoorden kom je in jouw boek tegen?

DOWNLOAD hier de Mini leesles leskaart Het wonderlijke winterboek.

Overige ideeën

  • Maak pepernoten volgens het recept op pagina 19.
  • Lees het verhaaltje ‘Al het speelgoed samen delen‘ voor. Ga op zoek naar woorden die rijmen en geef ze dezelfde kleur.
  • Leer samen met de klas het liedje over Rudolf (de Engelse of de Nederlandse versie) nadat je het verhaal ‘Rudolf’ hebt voorgelezen.

  • Lees het gedicht ‘Licht’ voor. Laat de kinderen zelf een couplet schrijven zoals in het gedicht. Het moet beginnen met ‘t Is donker. ‘t Is december.
  • Maak de oliebollen volgens het recept op pagina 224.