Home / Gastblogger / Santa en de Pixies

Santa en de Pixies

[DOOR DORY] ‘En dan, op de kortste dag van de winter, ging hij rond met een slee vol cadeautjes. Hij deelde ze uit of verstopte de geschenkjes in schoentjes en kousen. Het hele dorp keek uit naar de komst van Claus!’
– Santa & de Pixies –

Dit boek is geschikt om voor te lezen vanaf groep 1-2

Het verhaal

Santa en de pixies

Voordat de Kerstman de Kerstman werd, was hij nog gewoon Claus. Hij maakte cadeautjes voor de kinderen in zijn dorp en deelde ze uit in schoentjes en sokken. Over de hele wereld begonnen kinderen brieven aan Claus te sturen want zij wilden ook zulke mooie cadeautjes. Santa zat met zijn handen in het haar, want hij kon de vraag niet aan. Tot er uit onverwachte hoek hulp kwam. Welke hulp? In Claus & de Pixies ontdek je welke hulp en leer je het verhaal over hoe Claus de Kerstman geworden is.

Benieuwd naar dit boek? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

Ik kan niet genoeg krijgen van Kerstmis en dus ook niet van boeken over Kerstmis! Zo was ik ook al gek op het prentenboek van de Kerstmisaurus. Santa & de Pixies is een prachtig prentenboek waarin het verhaal rond de kerstman op een originele manier wordt verteld. Thaïs Vanderheyden heeft in dit boek voor de platen gebruik gemaakt van kleipoppetjes. De poppetjes zien er waanzinnig mooi uit en ook de achtergronden zijn heel gedetailleerd waardoor er voor kinderogen enorm veel te zien is. Het prentenboek is geschikt vanaf groep 1-2, maar door de tekst naast de platen is het ook zeker geschikt voor oudere kinderen.

Met dank aan uitgeverij Rubinstein voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Ideeën mini leeslessen Santa & de Pixies

Om kinderen te enthousiasmeren om het boek te lezen en hen te stimuleren om erover na te denken kun je het boek koppelen aan mini leeslessen. Dit zijn tevens manieren om met kinderen in gesprek te raken over boeken en hun interesses te ontdekken. Enkele mini leeslessen voor het boek Santa & de Pixies zijn:

  • Volgens de schrijfster is de Kerstman misschien wel de beroemdste man van de wereld. Lees bladzijde 1 ‘Misschien is de…’ t/m bladzijde 1 ‘…niet buiten spelen.’ voor.
    Leesvraag: Komt er in jouw boek een beroemd iemand voor? Waarom is hij/zij beroemd?
  • Claus krijgt hulp vanuit onverwachte hoek. De Pixies komen hem helpen. Lees bladzijde 16 ‘Klop klop, buurman…’ t/m bladzijde 16 ‘…een geweldig idee.’ voor.
    Leesvraag: Wie krijgt er hulp in jouw boek?

Close Reading De Kerstmisaurus

Titel: Santa & de Pixies
Auteur: Thaïs Vanderheyden
Illustrator: Thaïs Vanderheyden
Uitgeverij: Rubinstein
Doelgroep: groep 3-4

Kwalitatieve analyse

Tekststructuur: het betreft een verhalend prentenboek. Het prentenboek heeft qua tekststructuur geen moeilijkheden.

Taalkenmerken: hoewel het een prentenboek betreft, is de tekst bij de platen van een hoger niveau dan je bij een prentenboek zou verwachten. Er komen pittige woorden in naar voren zoals weldoener, guur, lawine, zetel en geschenkjes. Laat de leerlingen de platen navertellen om het begrip te controleren.

Betekenis: het is een boek met een duidelijke boodschap. De Kerstman wordt door de Pixies geholpen en daardoor komt alles goed. Het gaat dus over elkaar helpen, en daarnaast iets goeds doen voor een ander zoals de Kerstman doet met het uitdelen van cadeautjes.

Bedoeling van de schrijver: de schrijver wil dat je leert hoe Claus van een gewone man de Kerstman geworden is.

Benodigde achtergrondkennis: waarschijnlijk kennen de leerlingen vanuit kerstfilms de elfjes die de Kerstman helpen. Pixies zijn wellicht minder bekend, maar in het verhaal wordt al snel duidelijk dat de elfjes en de Pixies hetzelfde zijn.

Kwantitatieve analyse

Het verhaal kan in één keer voorgelezen worden, bij elke sessie. Het is aan te raden om de platen in te scannen zodat de leerlingen deze groot op het bord kunnen zien.

Lezer en taakfactoren

Deze factoren zijn afhankelijk van de leerlingen in je klas. Houd rekening met de voorkennis rondom Kerstmis en de ervaring met de voorgestelde werkvormen.

Sessie 1

Doel: Ik kan vertellen wat er in het begin, midden en eind van het verhaal gebeurt.

Werkvorm: afbeeldingen bij het juiste deel leggen.

Actie: Lees het verhaal voor. Lees het verhaal vervolgens nog een keer voor en geef de leerlingen een luistervraag mee: wat is het begin/midden/eind van het verhaal. De leerlingen bespreken dit na afloop met hun schoudermaatje en vertellen klassikaal hun antwoord. Vervolgens geef je elk tweetal twee afbeeldingen passend bij begin/midden/eind. De leerlingen krijgen de opdracht om de afbeeldingen op de juiste plek te leggen. 

Verdieping: Verdeel de klas in groepjes van 4. Maak kaartjes met wie/wat/waar/wanneer/hoe/waarom in een kleur en maak ook kaartjes in een andere kleur met is/kan/doet/wil/heeft/zal. Een leerling pakt een kaartje van de ene kleur en de andere kleur en bedenkt daarmee een vraag over het verhaal. De andere leerlingen geven antwoord. 

Sessie 2

Doel: Ik ontdek hoe de kerstman zich voelt gedurende het verhaal.

Werkvorm: gedragspatroongrafiek in tweetallen

Actie: Lees het verhaal nog een keer voor. Vertel dat de kerstman verschillende emoties heeft in het verhaal. Deze emoties gaan de kinderen proberen te herkennen in het begin, midden en eind van het verhaal. Ze krijgen een plaatje van de kerstman en leggen deze op de juiste plek in de gedragspatroongrafiek. Ze moeten samen bespreken waarom hij zich zo voelt op dat moment en daarvoor dus bewijs uit de tekst halen. Voor kinderen die al goed kunnen lezen zou je de tekst van het boek uit kunnen schrijven zodat ze het bewijs kunnen arceren. Als je het met jongeren kinderen na bespreekt, kun je op de platen goed de gezichtsuitdrukking van de kerstman zien en daar de emotie aan aflezen. 

Sessie 3

Doel: Ik kan een deel van het verhaal zo naspelen dat de rest van de klas het herkent. 

Werkvorm: verhaal naspelen zonder geluid of met bevroren beeld

Actie: lees het verhaal nog een keer voor en haal met de kinderen de kennis op over het begin/midden/eind. Verdeel de groep in viertallen. De leerlingen krijgen een deel van het verhaal toegewezen; begin/midden/eind. Ze moeten het deel van het verhaal naspelen zodat de klas herkent om welk deel het gaat. Differentieer naar het niveau van je groep. Het naspelen kan zowel met geluid als zonder geluid of als een tableau vivant.