Home / Gastblogger / Als je naar de aarde komt

Als je naar de aarde komt

[DOOR MARIE-JOSE] ‘We trekken elke dag kleren aan, of we er zin in hebben of niet. 
Wat we aantrekken hangt af van wat we gaan doen 
en waar we wonen en of het warm is of koud.

– Als je naar de aarde komt –

Het boek is geschikt om voor te lezen vanaf groep 1.

Het verhaal

Als je naar de aarde komt

Quinn schrijft een lange brief aan een bezoeker uit de ruimte als die naar de aarde zou komen. Die moet namelijk een paar dingen weten die heel belangrijk zijn. Quinn vertelt hoe de aarde eruitziet, wie er wonen, wat we doen en wat hier allemaal te bewonderen is.

Recensie

Wat een prachtig boek was mijn eerste indruk. Na het lezen en bekijken van de schitterende illustraties ben ik nog enthousiaster over de vele mogelijkheden die dit boek biedt. Niet alleen in de kleutergroepen maar ook in andere groepen een bruikbaar boek om het te hebben over diversiteit en overeenkomsten, over dieren en planten, eigenaardigheden van mensen, hoe we ons vervoeren en hoe we dingen maken. Je kunt Als je naar de aarde komt voorlezen als verhaal, daarnaast is het ook te gebruiken bij allerlei thema’s. Je leest het dan niet helemaal voor, maar gebruikt de prachtige illustraties  die bij je thema passen, om een gesprek te voeren met de kinderen. Het is zelfs denkbaar om het boek te gebruiken rond kerst of bij het thema baby. Je zou dan met de kinderen na kunnen denken wat een pasgeboren baby allemaal moet leren over onze aarde. Sophie Blackall kwam op het idee voor dit boek omdat ze over de hele wereld aan kinderen de vraag heeft gesteld wat een buitenaards wezen zou moeten weten over onze planeet. Ze besluit in haar uitleg over dit boek met de volgende woorden:

…Maar één ding weet ik zeker: op dit moment zijn we allemaal samen op deze prachtige planeet. Het is de enige die we hebben, dus we moeten er heel goed voor zorgen. En ook voor elkaar. Vind je ook niet?

Met dank aan Uitgeverij Querido voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Ideeën mini leeslessen Als je naar de aarde komt.

In de onderbouw werken de mini leeslessen anders. Het voornaamste doel van het voorlezen in de onderbouw is het leesplezier! Kinderen die graag worden voorgelezen en het fijn vinden om boeken te bekijken, zullen later het lezen sneller oppakken. Bij de keuze van het boek is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
Hieronder staat beschreven hoe je Als je naar de aarde komt kunt voorlezen. Voorlezen is een manier om naast het vergroten van het leesplezier te werken aan andere doelen zoals het vergroten van de woordenschat, het inzicht in zinsbouw, verhaalbegrip, de communicatievaardigheid en boekoriëntatie te werken.

Introductie

Stel je voor er komt een nieuw kindje in onze groep. Wat moeten we dat kindje vertellen over onze groep? Welke dingen zijn heel belangrijk?

  • Wat zou je dit nieuwe kindje vertellen over onze school? Over onze stad of dorp?

Voor het voorlezen:

Bekijk met de kinderen de voor- en achterkant en laat ze vertellen wat ze allemaal kunnen zien. Vertel dat dit een verhaal is over Quinn die een brief schrijft aan iemand die niet op onze aarde woont. Hij wil vertellen wat zo iemand moet weten over onze aarde. Lees dan de titel voor en vraag of de kinderen al een idee hebben wat Quinn in de brief schrijft.

Bij LIST bij kleuters vertel je kort de strekking van het verhaal zonder dat je de clou weggeeft. Je wil dat kleuters nieuwsgierig worden en de juiste informatie tot zich nemen, waardoor het verhaalbegrip zo groot mogelijk wordt. In dit boek is de tekst summier, maar de illustraties zijn veelzeggend en nodigen uit tot hele gesprekken.

Als het prentenboek voor de eerste keer voorgelezen wordt, onderbreek je bij LIST voor kleuters het verhaal zo min mogelijk. Je geeft alleen maar uitleg als je denkt dat sommige woorden te moeilijk zijn om het verhaal te begrijpen.  Zorg ervoor dat de kinderen het boek goed kunnen zien. Leg moeilijke woorden uit door te vertellen wat je op de tekening ziet. Geef de kinderen de tijd om goed naar de illustraties te kijken want de illustraties zijn nodig om het verhaal en de boodschap in het verhaal te begrijpen. Je kunt met behulp van de illustraties met de kinderen praten over wat er te zien is en welke betekenis het heeft in dit verhaal.

Bij volgende keren voorlezen is het mogelijk om dieper na te denken over een fragment van het verhaal. Als je een denkvraag stelt, vraag dan door op wat de leerlingen antwoorden.

Maak een keuze uit onderstaande vragen:

Kijk en vergelijk

  • Hiervoor is de bladzijde met de verschillende gezichten uitstekend te gebruiken. Je ziet hier hoe mensen zich voelen. Je ziet niet wat ze denken.
  • Kijkt iedereen hetzelfde?
  • Kun je bedenken wat de mensen denken als ze zich zo voelen?
  • Wat zijn de verschillen?

Betwijfelen

  • Gebruik de bladzijde met de verschillende soorten weer. Er staat soms goed en soms slecht. Wanneer is het goed weer en wanneer is het slecht weer?
  • Klopt het dat slecht weer altijd slecht is? (denk na over wanneer regen wel goed is en wanneer niet)

Bedenken

  • Laat de bladzijde zien waar de kinderen op school zitten. Er staat. ‘Daar leren we van alles. Dat is handig voor als we later groot zijn.’ Kun je bedenken wat er handig aan is voor later dat je leert tekenen, rekenen, lezen, samen spelen…

Oplossen

  • Laat de bladzijde zien waar iedereen aan tafel zit. ‘De een heeft genoeg te eten en de ander te weinig. Wat zou je kunnen doen als iemand niet genoeg te eten heeft? Hoe kun je helpen als ze heel ver weg wonen?

Voorspellen

  • Op de bladzijde waar kinderen verhalen verzinnen over dingen die kunnen gebeuren. Wat denk jij dat er zou kunnen gebeuren later?

Grote ideeën

  • In dit boek heeft Quinn bedacht wat hij aan een ruimtewezen zou vertellen als die naar de aarde komt. Wat vind jij heel belangrijk om te vertellen over onze aarde?

Ontwerpen

  • Op de bladzijde waar uitgelegd wordt dat sommige dingen vanzelf groeien en andere dingen door de mensen gemaakt zijn. Wat kun jij zelf  maken? 

Verbinden

  • Quinn vindt dat wij zuinig op onze aarde moeten zijn omdat we er maar één hebben. Waar moet je zuinig op zijn?

 Woorden die goed behandeld kunnen worden bij dit boek om de woordenschat te vergroten:

  • Met behulp van de illustraties: aarde, planeten, steden, een plompe lori.
  • Uitleggen met andere woorden: op een kluitje wonen, uithoek, gezinnen, miljard, gedachten, onderweg zijn, schijn bedriegt, doof, blind, iets voorstellen, onzichtbaar, bacteriën, giftig, gewond raken, verwonden. 
  • Uitleggen door uit te beelden: galopperen.

LIST bij kleuters

In groep 1-2 wordt op bijna alle scholen gewerkt met thematisch onderwijs. Bij het voorlezen is het dan ook een logische keuze om te kiezen voor prentenboeken die bij het thema passen. Het doel van het thematisch voorlezen is dat de ervarings- en taalbasis van de kinderen vergroot wordt.

Bij de LIST-methodiek kiezen de leerkrachten een essentieel thema, waarbij 1 prentenboek de basis is. Essentiële thema’s zijn brede onderwerpen waar mensen op verschillende wijzen naar kijken en die uitnodigen tot het stellen van vragen en filosoferen. Het zijn thema’s die vaak terugkomen in het dagelijks leven. Door het gebruik van een essentieel thema leren kinderen de verbinding te leggen tussen de wereld en zichzelf.

Essentieel thema

Bij Als je naar de aarde komt past het essentieel thema: Onze aarde.
De zin die centraal kan staan is: ‘als je naar de aarde komt dan…’
Als centrale woord zou ik ‘aarde’ kiezen.

Andere essentiële thema’s zouden kunnen zijn.

  • Op ontdekkingsreis
  • Wat ik belangrijk vind

Mogelijke activiteiten

Creatief schrijven

  • Vertel aan de bezoeker uit de ruimte in welk huis jij woont. Teken het huis voor de bezoeker en schrijf erbij wat je in jouw huis kunt doen.
  • beschrijf aan de bezoeker uit de ruimte hoe jouw familie eruitziet. Schrijf erbij wie het zijn.
  • Vertel aan de bezoeker uit de ruimte dat grote mensen werken. Wat doen grote mensen zoal en wat wil jij later worden?
  • Leg uit dat we allerlei soorten dieren en planten hebben, teken ze en schrijf de naam erbij. Vertel welk dier jij zou willen zijn.
  • Vertel dat het goed is om elkaar te helpen. Teken en schrijf welke aardige dingen jij voor iemand anders doet.
  • Op de laatste bladzijde stelt Quinn vragen. Kun jij die ook beantwoorden?

Bouwen

  • Bouw verschillende huizen, zoals je ziet op de bladzijde met de soorten huizen.
  • Maak een grote stad of een piepklein dorpje.
  • Bouw iets groots en iets kleins.
  • Maak een huis voor een ruimtewezen.

Ontdekken en onderzoeken

  • Op de bladzijde waar afgebeeld staat dat sommige dingen vanzelf groeien. Ga naar buiten en let eens op wat vanzelf groeit en wat door de mensen is gemaakt.
  • Sommige dingen zijn onzichtbaar, maar je weet toch dat het er is. Bijvoorbeeld de wind, geluid, geuren, zwaartekracht. Kun jij onderzoeken hoe zwaartekracht werkt? Zie daarvoor deze les van uitgeverij Zwijsen.

Muziek

  • Mensen maken allerlei soorten muziek, alleen of met z’n allen. 
  • Maak muziek met muziekinstrumenten. Hoe klinkt het als 1 kind alleen speelt en hoe als je het met z’n allen doet?
  • Laat muziek van een orkest horen. Hieronder vind je een fragment van het Brabants orkest die muziek Aquanura speelt uit de Efteling.

Rekenen

  • Zoek Quinn in het boek. Hij is op veel bladzijdes te vinden.
  • Je kunt veel tellen in dit boek; de planeten, de mensen, huizen, kleren, etc…
  • Ga op zoek gaan naar grote en kleine dingen en deze op volgorde van grootte leggen.
  • Bij de vissen in de zee kun je opzoek gaan naar welke vissen boven, onder, links en rechts zwemmen.
  • Op de bladzijde van de sportwedstrijd zie je cijfers op de kleren. Je kunt cijfers op volgorde leggen. 
  • Op de bladzijde van de tweeling. Wat is er anders, wat is hetzelfde?

Sociaal-emotioneel

  • Oudere mensen vertellen hoe de wereld eruitzag toen ze jong waren. Laat oma’s of opa’s in de klas eens vertellen over vroeger. Waar speelden ze mee? Wat was er anders?
  • Wat voor lekkers zou jij een bezoeker van een andere planeet aanbieden en waarom?
  • Het is beter om elkaar te helpen. Wat kun je doen? (gebruik hiervoor als inspiratie de bladzijde uit het boek waar iedereen in de bibliotheek zit)
  • Er zijn heel veel dingen die we niet weten (bijna laatste bladzijde) en er zijn dingen die we zeker weten. Wat weten we zeker en wat weten we niet?

Themaboek Van Sint-Maarten tot Oud en Nieuw