Bennie de baksteen (thematitel kbw24)

[DOOR SANDRA] ‘Tikke takke, bikke bakke, krikke krakke, klikke klakke
Ondersteboven en door elkaar liggen ze nu samen daar,
klaar om te vertrekken.’
– Bennie de baksteen –

Dit boek is geschikt om voor te lezen vanaf groep 1.

Het verhaal

Cover Bennie de baksteen

Bennie de baksteen heeft grote dromen. Hij wil naar de toppen van wolkenkrabbers, daar zal hij een prachtig uitzicht hebben. Bennie wacht, totdat zijn droom uitkomt, op een hoop bakstenen terwijl de seizoenen verstrijken. Hij wacht in de zomer… de herfst… de winter…. de lente en dan wordt hij eindelijk met een hijskraan in een vrachtwagen geladen, op weg naar de grote stad.
Eindelijk mag hij naar de bouwplaats die omringt wordt door hoge wolkenkrabbers. Zou hij hoog in de lucht een plekje in de wolkenkrabber krijgen?

Dan wordt Bennie beetgepakt
Hij wordt meegenomen en vastgeplakt.
Met cement wordt hij op zijn plaats gezet.’

Bennie is teleurgesteld… hij is onderaan een wolkenkrabber geplaatst! Zijn droom is in duigen gevallen. De bouwvakkers werken door totdat de wolkenkrabber af is en dan vertrekken ze. Bennie blijft achter, onderaan de wolkenkrabber terwijl hij heel veel bakstenen draagt. Dan kijkt Bennie nog eens goed naar het uitzicht om hem heen. Heeft hij werkelijk een slecht plekje?

Benieuwd naar dit boek? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

Dit prachtige verhaal, geschreven door Harm Rieske, laat kinderen nadenken over dromen en verwachtingen. Bennie heeft maar één grote wens, een plekje bovenin een wolkenkrabber. Dat is letterlijk een hele grote droom. Het verhaal laat zien dat wanneer je dromen niet uitkomen, er iets anders moois voor in de plaats kan komen, als je ervoor openstaat. Ik vind het daarom een prachtig boek met een mooie boodschap.

Het boek is een thematitel van de Kinderboekenweek 2024 met als thema Lekker eigenwijs. Het eigenwijze karakter van Bennie past heel goed binnen dit thema, met zijn vastberaden droom kijkt hij hoopvol naar een torenhoge toekomst. Wanneer die droom niet uitkomt en de bouwput plaatsmaakt voor een levendige samenleving, lukt het Bennie om weer te kijken naar het mooie om hem heen.

Met dank aan Uitgeverij Rubinstein voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Ideeën voorlezen Bennie de baksteen

In de onderbouw werken de mini leeslessen anders. Het voornaamste doel van het voorlezen in de onderbouw is het leesplezier! Kinderen die graag worden voorgelezen en het fijn vinden om boeken te bekijken, zullen later het lezen sneller oppakken. Bij de keuze van het boek is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
Hieronder staat beschreven hoe je Bennie de baksteen kunt voorlezen. Voorlezen is een manier om naast het vergroten van het leesplezier te werken aan andere doelen zoals het vergroten van de woordenschat, het inzicht in zinsbouw, verhaalbegrip, de communicatievaardigheid en boekoriëntatie te werken.

Introductie en voorlezen

Als introductie:

  • Neem een baksteen mee naar school en leg het in het midden van de kring. Waarvoor is een baksteen bedoeld? Wat kun je ermee bouwen? Kan een baksteen ook dromen hebben? Leg het boek Bennie de baksteen erbij. Vertel dat Bennie een torenhoge droom heeft. Welke droom kan Bennie hebben? Bennie wil graag een plekje bovenaan een wolkenkrabber. Laat een wolkenkrabber op het bord zien of ga met de klas in de schoolomgeving kijken naar hoge gebouwen. Zien jullie een wolkenkrabber? Kunnen de kinderen betekenis verlenen aan het woord ‘wolkenkrabber’?

Voor het voorlezen:

  • Bekijk met de kinderen de kaft en praat erover voor je start met voorlezen. Je kunt dit doen door te vragen wat ze zien en of ze een idee hebben wat dat betekent.

Vertel kort de strekking van het verhaal zonder dat je de clou weggeeft. Je wil dat kinderen nieuwsgierig worden en de juiste informatie tot zich nemen, waardoor het verhaalbegrip zo groot mogelijk wordt. Voor dit boek zou dit als volgt kunnen:

  • Bennie heeft een torenhoge droom. Hij wil een plekje bovenaan de toren van een wolkenkrabber. Bennie gaat met de vrachtwagen mee naar de stad en wacht op de bouwplaats op zijn plekje.

Als het prentenboek voor de eerste keer voorgelezen wordt, onderbreek je het verhaal zo min mogelijk. Je geeft alleen maar uitleg als je denkt dat sommige woorden te moeilijk zijn om het verhaal te begrijpen.  Zorg ervoor dat de kinderen het boek goed kunnen zien (liefst via het digibord). Moeilijke woorden op de pagina leg je van tevoren uit in kindertaal eventueel met hulp van de illustratie.

Bij volgende keren voorlezen is het mogelijk om dieper na te denken over een fragment van het verhaal. Als je een denkvraag stelt, vraag dan door op wat de leerlingen antwoorden.

Maak een keuze uit onderstaande vragen:

Kijk en vergelijkBekijk de bladzijde met de zinnen ‘Nu moet Bennie wachten’ tot en met ‘bouwplaats mogen gaan.’ voor. Hoeveel tijd verstrijkt er in dit verhaal? Je ziet de verschillende seizoenen. Kun je de seizoenen herkennen?
BetwijfelenZou Bennie de baksteen gelukkiger zijn bovenin een wolkenkrabber of denk je dat hij gelukkiger is onderin de wolkenkrabber?
BedenkenLees de bladzijde met de zin ‘Maar Bennie heeft…’ t/m ‘…droomt van wolkenkrabbers’. voor. Waarom zou Bennie de baksteen dromen van wolkenkrabbers?
Oplossen ‘Bennie kan geen kant meer uit. Hij zal nooit boven komen. Stug kijkt hij voor zich uit. Het is het einde van zijn dromen.‘ Helaas komt de grote droom van Bennie niet uit. Hoe voelt hij zich? Wat kan hij nu doen?
VoorspellenLaat de bladzijde zien met de woorden ‘Dan wordt Bennie…’ t/m ‘…zijn plaats gezet’. voor. Wacht nog even met het voorlezen van de zin ‘Maar Bennie is nog beneden’. Bekijk de illustratie. Welk plekje heeft Bennie in de wolkenkrabber? Hoe zie je dat?
OntwerpenWanneer Bennie op de bouwplaats komt, ziet hij verschillende machines. Hij vraagt zich af of ‘die hele lange gele’‘ hem naar de wolken gaat brengen. Hoe heten de machines? Wat kun je met de machnies doen?
Grote ideeënWat kun je zien als je onderin een wolkenkrabber naar buiten kijkt? Wat zie je als je bovenin een wolkenkrabber staat?
Verbinden Bennie de baksteen dacht dat het fijn is om een plekje bovenin een wolkenkrabber te hebben. Uiteindelijk vindt hij een plekje onderaan ook goed. Wat vind jij een fijne plek? Waarom vind je dat een fijne plek?

Woorden die goed behandeld kunnen worden bij dit boek om de woordenschat te vergroten:

  • Met behulp van de illustraties: een grote groep, op een hoop liggen, wolkenkrabbers, bouwplaats, schuivers, hijsers.
  • Uitleggen met andere woorden: toppen van torens, hoopt. kijkt zijn ogen uit, schuivers, hijsers, die lange gele, droom, einde van zijn dromen, groepsgenoten, bikkel, flat, de smaak te pakken, wel gebakken.
  • Door de woorden voor te doen met het boek: beetgepakt, meegenomen, vastgeplakt, op zijn plaats gezet, geen kant meer uit.
  • Door in het echt te laten zien: de bouwplaats, ondersteboven, stapel, uitzicht, eerste rij.

Werken vanuit essentiële thema’s

In groep 1-2 wordt op bijna alle scholen gewerkt met thematisch onderwijs. Bij het voorlezen is het dan ook een logische keuze om te kiezen voor prentenboeken die bij het thema passen. Het doel van het thematisch voorlezen is dat de ervarings- en taalbasis van de kinderen vergroot wordt.

Kies een essentieel thema, waarbij 1 prentenboek de basis is. Essentiële thema’s zijn brede onderwerpen waar mensen op verschillende wijzen naar kijken en die uitnodigen tot het stellen van vragen en filosoferen. Uitleg over het essentiële thema lees je in het blog Werken met essentiële thema’s. (moet nog een link ingeplakt worden)

Essentieel thema

Binnen een essentieel thema werk je met een centrale zin en woord. Voor uitleg over de centrale zin en het centrale woord lees je het blog Geletterdheid met prentenboeken.

Bij dit boek past het essentieel thema: 
dromen

De zin die centraal kan staan is: Bennie droomt van wolkenkrabbers.
Als centrale woord zou ik droomt kiezen.
Dromen over wolkenkrabbers kan symbool staan voor hele grote dromen hebben.

Andere essentiële thema’s bij dit prentenboek kunnen zijn:

  • bouwen
  • hoog en laag

Mogelijke activiteiten

Hoeken:

  • Bouw torens zo hoog als wolkenkrabbers. Zet er kleine poppetjes bij en bekijk het bouwwerk vanuit perspectief.
  • Laat de kinderen een eigen thema/speeltafel maken van de grote stad. Denk aan gebouwen, wegen, natuur en mensen. Zorg voor divers materiaal zodat de kinderen een eigen stad kunnen bouwen. Denk hierbij ook aan schrijfmateriaal om gebouwen of wegen een naam te geven.

Creatief schrijven:

  • Wat is jouw grote droom? Teken en/of schrijf jouw droom.
  • Laat verschillende machines zien in het boek of als speelgoed. Welke bewegingen kan de machine maken? Kun je dat laten zien in een tekening?
  • Wat is er nog meer zo hoog als een wolkenkrabber? Teken en/of schrijf de dingen op.

Rekenen:

Bekijk de bladzijde met de zinnen ‘Bennie hoort bij…’ t/m ‘… een hoop liggen’.

  • Een wolkenkrabber is heel hoog. Hoe kan het dat de stapel stenen veel hoger lijkt?
  • Welk gebouw is het laagst/hoogst.
  • Welk gebouw is even hoog als een boom?
  • Welke vorm heeft een baksteen/wolkenkrabber/huis?

Muziek:

Natuur:

  • Bouw op het schoolplein gebouwen in verschillende hoogtes. Bekijk de schaduw op het plein. Teken met stoepkrijt de schaduw. Welke schaduw is het grootst/kleinst? Hoe komt dat? Waarom verandert de schaduw?

Andere titels bij het thema:

Vergelijkbare artikelen