Home / Beroepen / Dromer (prentenboek van de KBW21)

Dromer (prentenboek van de KBW21)

[DOOR MARIE-JOSE] ‘Hett zzijN BijZondeeeere KiNderen!
AAarrronn?
Aron, jongen, ben je er nog?’

– Dromer –

Het boek is geschikt om te bespreken met kinderen vanaf groep 1.

Het verhaal

Dromer prentenboek Kinderboekenweek 2021

Aron weet niet wat hij later wil worden. Hij bespreekt zijn probleem met papa als ze samen in de auto zitten. Papa zet de auto stil en ze gaan samen een stukje lopen. Papa legt uit dat je denkers hebt en doeners en dat daar bepaalde beroepen bij horen. Je hebt ook kinderen vertelt hij, die zijn heel bijzonder. Ze ruiken, zien, voelen en horen alles anders. Ze maken de wereld mooier! Wat ben je dan voor iemand?

Recensie

Mark Janssen heeft het prentenboek* Dromer geschreven en geïllustreerd voor de kinderboekenweek 2021. De illustraties zijn prachtig, zoals we van Mark Janssen gewend zijn. De tekst maakt duidelijk hoe Mark het bedoeld heeft. Hij schrijft bijvoorbeeld tijdens het autorijden dat Aron groene en bruine strepen ziet en als ze stil staan worden de strepen bomen. De weerspiegelingen in het water en de dieren die overal erin getekend staan laten de gedachten van Aron raden. Ook in taal laat Mark zien wat Aron ziet, voelt, denkt en droomt. Tscha Tscha en Fjoeffffff zijn hier voorbeelden van. Voor alle kinderen die graag dromen een prachtig boek, maar… voor alle kinderen die graag denken en doen ook een prachtig boek!

In het nawoord vind je een uitgebreide lijst van dromers die heel grote dingen hebben gedaan. Mark besluit met:

‘Zomaar een lijst van bekende Dromers die heel bijzondere dingen hebben gedaan.
Maar ze zijn allemaal begonnen als kleine Dromertjes, die kleine bijzondere dingen deden. Weet je wat?
Misschien ben jij er wel zo een!
Een dat is heel bijzonder…’

Met dank aan de CPNB voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.
*Het prentenboek van de Kinderboekenweek 2021 is tijdens de Kinderboekenweek te koop in de lokale boekhandel voor €7,25.

Ideeën mini leeslessen Dromer

In de onderbouw werken de mini leeslessen anders. Het voornaamste doel van het voorlezen in de onderbouw is het leesplezier! Kinderen die graag worden voorgelezen en het fijn vinden om boeken te bekijken, zullen later het lezen sneller oppakken. Bij de keuze van het boek is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
Hieronder staat beschreven hoe je ‘Dromer’ kunt voorlezen. Voorlezen is een manier om naast het vergroten van het leesplezier te werken aan andere doelen zoals het vergroten van de woordenschat, het inzicht in zinsbouw, verhaalbegrip, de communicatievaardigheid en boekoriëntatie te werken.

Introductie:

Vraag aan de kinderen of ze wel eens dromen?

  • Waar denken ze vaak aan?
  • Wat doen ze graag?
  • Vraag wat ze het liefste doen, dromen, denken of doen?
  • Is dat voor iedereen hetzelfde?

Voor het voorlezen:

Bekijk met dekinderen de voor- en achterkant en laat ze vertellen wat ze allemaal kunnen zien. Lees de tekst op de achterkant voor. Na het bekijken en lezen van de voor- en achterkant kun je met de kinderen bedenken wat de woorden op de achterkant kunnen betekenen. (Tekke, Fiewaaaah en Tschaw Pokkk!)

Dit boek is geschikt voor de hele onderbouw. Bij LIST bij kleuters vertel je kort de strekking van het verhaal zonder dat je de clou weggeeft. Je wil dat kinderen nieuwsgierig worden en de juiste informatie tot zich nemen, waardoor het verhaalbegrip zo groot mogelijk wordt. Voor dit boek zou dat als volgt kunnen:

Aron piekert wat hij wil worden later. Hij heeft geen idee. Maar als papa hem vertelt dat sommige kinderen het leuk vinden om te denken en andere kinderen graag iets doen, begrijpt hij waarom iemand graag sommen maakt of olifantenverzorger wil worden. Maar wat voor iemand is Aron? Wat vindt hij leuk?

Als het prentenboek voor de eerste keer voorgelezen wordt, onderbreek je bij LIST  het verhaal zo min mogelijk. Je geeft alleen maar uitleg als je denkt dat sommige woorden te moeilijk zijn om het verhaal te begrijpen.  Zorg ervoor dat de kinderen het boek goed kunnen zien. Geef de kinderen de tijd om goed naar de illustraties te kijken want de illustraties zijn nodig om het verhaal en de boodschap in het verhaal te begrijpen. De tekeningen zijn zeer gedetailleerd en verrassend. Je kunt met behulp van de illustraties met de kinderen praten over wat er te zien is en welke betekenis het heeft in dit verhaal. Je kunt samen met de kinderen bedenken waarom de schrijver sommige dingen zo getekend heeft of sommige details heeft toegevoegd.

Bij volgende keren voorlezen is het mogelijk om dieper na te denken over een fragment van het verhaal. Als je een denkvraag stelt, vraag dan door op wat de leerlingen antwoorden.

Maak een keuze uit onderstaande vragen:

Kijk en vergelijk:

  • Als de auto rijdt ziet Aron groene en bruine strepen. Als ze stil staan worden de strepen bomen.
  • Als jullie in een rijdende auto zitten heb je dat dan ook als de auto rijdt dat je de bomen niet goed kunt zien? Hoe zou dat komen? Wat zie je als je in het bos rijdt? Wat zie je dan als je in de stad rijdt? Laat de kinderen hun eigen ervaringen vertellen.

Betwijfelen:

  • In het boek vertelt papa over denkers, doeners en dromers.
  • Is Aron alleen maar een dromer? Als je later huizenbouwer wordt net als Jerome ben je dan alleen maar een doener?

Bedenken:

  • Als papa vertelt dat we niet allemaal hetzelfde zijn zegt Aron …’Maar papa!. Gisteren werd je nog boos tegen de tv dat iedereen gelijk is! Papa zegt dan…’We zijn ook allemaal gelijk, maar toch heel verschillend.’
  • Waarin zijn we allemaal gelijk en wat is verschillend?
  • Wat zou papa bedoelen?

Oplossen:

  • Papa vertelt dat sommige kinderen heel bijzonder zijn en de wereld mooier maken.
  • Hoe zou Aron de wereld mooier kunnen maken?

Voorspellen:

  • Papa zegt met een knipoog…’ en je hebt kinderen die….
  • Wat zou papa hier Aron willen vertellen?

Grote ideeën:

  • Op de laatste bladzijde van het boek Dromer zegt papa; ‘Ben je weer ergens anders met je hoofd?’
  • Blader terug in het boek en bedenk samen met de kinderen waar Aron aan dacht, waar hij over droomde. Wat zag hij in zijn hoofd? Zou hij iets kunnen ruiken, voelen of horen in zijn hoofd?

Ontwerpen:

  • Aron ziet in zijn hoofd overal dieren terwijl ze er niet echt zijn.
  • Kun jij iets bedenken in je hoofd wat alleen jij kunt zien terwijl je gewoon op school zit?

Verbinden:

  • Elke dag denken, dromen en doen we allemaal iets.
  • Wat vind jij het leukste om te doen? Past dat bij denken, dromen of doen?

 Woorden die goed behandeld kunnen worden bij dit boek om de woordenschat te vergroten:

  • Met behulp van de illustraties: late namiddag, portier, horizon.
  • Uitleggen met andere woorden: staren, president van het land, bijzonder zijn, begrijpen, piekeren.
  • Uitleggen door te doen: knipogen, door de knieën zakken, plagen met een duwtje in de rug.

LIST bij kleuters

In groep 1-2 wordt op bijna alle scholen gewerkt met thematisch onderwijs. Bij het voorlezen is het dan ook een logische keuze om te kiezen voor prentenboeken die bij het thema passen. Het doel van het thematisch voorlezen is dat de ervarings- en taalbasis van de kinderen vergroot wordt.

Bij de LIST-methodiek kiezen de leerkrachten een essentieel thema, waarbij 1 prentenboek de basis is. Essentiële thema’s zijn brede onderwerpen waar mensen op verschillende wijzen naar kijken en die uitnodigen tot het stellen van vragen en filosoferen. Het zijn thema’s die vaak terugkomen in het dagelijks leven. Door het gebruik van een essentieel thema leren kinderen de verbinding te leggen tussen de wereld en zichzelf.

Essentieel thema

Bij dit boek past het essentieel thema: Wat ik worden wil….
De zin die centraal kan staan is: ‘ik droom graag’
Als centrale woord zou ik ‘droom’ kiezen.

Andere essentiële thema’s zouden kunnen zijn.

  • Bijzonder zijn
  • Kunst
  • Dromen en fantasie

Mogelijke activiteiten

Creatief schrijven:

  • Aron tekent verzonnen dieren. Kunnen de kinderen de dieren een naam geven? Kopieer een bladzijde met de verzonnen dieren en laat ze de namen erbij schrijven.
  • Aron denkt, voelt, hoort, ruikt en ziet van alles. Maak eens een lijstje met dingen die hij zou kunnen horen, zien, ruiken en voelen.
  • Laat een illustratie zien en vraag aan de kinderen…’als jij daar nu zou zijn, wat zou je dan doen, denken, dromen? Schrijf en teken het.

Tekenen/knutselen:

  • In het boek Dromer zie je dieren die Aron heeft getekend. Kun jij een dier natekenen?
  • Laat een wit papier volkleuren met wasco (groen, bruin, rood, zwart) Daarna kunnen de kinderen dieren tekenen net als Mark Janssen in het boek gedaan heeft door wasco weg te schrappen.
  • Maak een dromenvanger.
  • Bekijk de bladzijde waar je de weerspiegeling in het water ziet. Kunnen de kinderen tekenen wat zij in het water zien?
  • Maak een mooie, vrolijke tekening of schilderij.

Spel:

  • Speel het verhaal na. Leg nadruk op het stukje: ‘Kom stap eens uit, Aron…’ zegt papa. We gaan een stukje lopen. Ik wil je wat vertellen. Wandel samen met de groep door de speelzaal en vertel het verhaal in eigen woorden na.
  • Om het verschil te begrijpen tussen denken, doen en dromen kun je met de kinderen denkspelletjes, doespelletjes en fantasiespelletjes doen. Maak een keuze uit de verschillende mogelijkheden en speel van elke soort spel er één. De kinderen bedenken daarna of het vooral fantasie was, of dat het vooral doen of denken was in dit spel. 

Muziek en filmpjes:

Rekenen:

  • Ga in het boek Dromer naar de bladzijde met de woorden TeKKE, Fiewaaaaah Tschaw.
    • Hoeveel keer zie je de letter k op de bladzijde en de letter a?
    • Zijn alle letters even groot?
    • Welke zijn klein en welke zijn het grootst?
    • Welke letters zie je maar 1 keer?
    • Hoeveel letters zijn blauw?
    • Welk dier op deze bladzijde is het kleinst en het grootst?
    • Wie staat onder en wie bovenaan de bladzijde?

Overige ideeën

Wil je aan de slag met het project dromer en fantasie, dan vind je vele ideeën in het project droom je mee van de leerlijn cultureel erfgoed.

Themaboek Van Sint-Maarten tot Oud en Nieuw