Home / Fantasie / Een krekel in mijn slaapzak (thematitel KBW22)

Een krekel in mijn slaapzak (thematitel KBW22)

[DOOR MARIE-JOSE] ‘bloot
het is hartje zomer
mijn voeten zijn blij
ze mogen in hun blootje
mijn schoenen hebben vrij’
– Een krekel in mijn slaapzak –

Dit boek is geschikt om voor te lezen vanaf groep 1.

Het verhaal

Cover Een krekel in mijn slaapzak

24 versjes over de natuur. De versjes gaan allemaal over een speciale natuurbeleving in de verschillende seizoenen van het jaar. Buiten is altijd wel iets te beleven, te zien, te horen, te proeven of te ruiken.

Benieuwd naar dit boek? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

De versjes geschreven door Suzanne Weterings zijn kort, eenvoudig van taal, in kleine letters geschreven en mooi geïllustreerd door Annette Fienieg.  De kleurkeuze bij elk versje is passend bij het seizoen waarin het afspeelt. De getekende details, soms humoristisch, vullen het versje aan. Ideaal voor het onderwijs is dat je de versjes het hele jaar door kunt gebruiken. Ze passen bij vele thema’s en kunnen ook los van thema’s gebruikt worden als taalactiviteit. Voor het thema Gi-Ga-Groen voor de Kinderboekenweek 2022 heb ik een indeling gemaakt passend bij verschillende doelen. Sommige versjes passen bij meerdere doelen maar voor dit blog heb ik ze gewoon ergens ondergebracht.

Een krekel in mijn slaapzak is een thematitel voor groep 1/2 voor de kinderboekenweek 2022. Dit boek sluit goed aan bij het thema Gi-ga-groen.

Met dank aan Uitgeverij Querido voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Ideeën mini leeslessen Een krekel in mijn slaapzak

In de onderbouw werken de mini leeslessen anders. Het voornaamste doel van het voorlezen in de onderbouw is het leesplezier! Kinderen die graag worden voorgelezen en het fijn vinden om boeken te bekijken, zullen later het lezen sneller oppakken. Bij de keuze van het boek is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
Hieronder staat beschreven hoe je Een krekel in mijn slaapzak kunt gebruiken binnen het thema Gi-Ga-Groen. 

Introductie:

Als introductie bekijk je met de kinderen de kaft, lees de titel voor en bedenk met de kinderen wat er zou kunnen gebeuren als je kampeert in de natuur.

Lees vervolgens het eerste versje ‘kamperen’ voor. Bespreek: Wat doen de kinderen als ze zelf zouden meemaken wat in dit versje staat. Vertel dat elk versje in dit boek over de natuur gaat.

Kennis of vaardigheden die kinderen kunnen leren zijn:

  1. Ze kunnen uitdrukken hoe ze de natuur in hun eigen omgeving beleven.
  2. Bij dit doel passen de versjes; kamperen, boom, mijn schoenen, met opa in de tuin, rukwind, zoete herfst en bloot.

Verwerking:

  • Kamperen: Buiten vind je de dieren uit het versje. Welke dieren kom je in huis tegen. Heb jij wel eens een diertje in je kleren gevonden? Wat, hoe voelde het?
    • Boom: naspelen en vraag hoe het komt dat ze weer wil veranderen in een kind.
    • Mijn schoenen: Bedenk eens waar de schoenen hier in de buurt geweest kunnen zijn? Kun je aan jouw schoenen zien waar jij bent geweest?
    • Met opa in de tuin: Wat kun je voelen? Welke woorden gebruiken we ervoor? Kun je vertellen wat ook stekelig, zacht, plakkerig, nat, kriebelig, hard, flubberig , plat, rimpeling en glad aanvoelt?
    • Rukwind: Voor wie is een rukwind fijn en voor wie niet?
    • Zoete herfst: Wat ruik jij als je door het bos loopt, hier in de klas, buiten?
    • Bloot: Wat is het verschil voor je voeten in de zomer, de herfst, de winter en de lente?
  • 2. Ze herkennen dat men verschillende natuurbeleving kan hebben.
    • Bij dit doel passen de versjes; haast onzichtbaar, lieveheersbeestje, natte sneeuw, kleuren, de lente begint, wolk, kever.

Verwerking:

  • Haast onzichtbaar: wat zie jij buiten als er wolken zijn, als er bijna geen wolken zijn? Wat voel je dan? Vergelijk je antwoord eens met de andere kinderen uit de groep.
  • Lieveheersbeestje: Mama jengelt, papa treurt en ik ben blij: Kun je bedenken hoe het komt dat papa en mama zich anders voelen?
  • Natte sneeuw: De sneeuw wil vlokken, de regendruppels, maar er valt iets tussenin…Hoe voelt natte sneeuw? Is sneeuw ook wel eens droog? Wat kun je doen met sneeuw die blijft liggen?
  • Kleuren: De zon zorgt ervoor dat iets er steeds anders uitziet. Teken eens een wolk als de zon schijnt, als de zon niet schijnt, een regenwolk , een donderwolk… Heeft iedereen hetzelfde getekend?
  • De lente begint: Elke tuin/buurt ziet er anders uit. Laat de kinderen foto’s maken van hun tuin/buurt en vertellen wat er te zien/te doen is in hun tuin/buurt. 
  • Wolk: Een wolk verandert steeds. Kijk op een wolkendag naar de wolken en wat zie je erin? Ziet iedereen hetzelfde in de wolken? Wist je dat je met wolken het weer kunt voorspellen?
  • Kever: Voor de kever ben jij een reus. Wat is voor jou een reus? Is de kever ook een reus voor iemand? Klopt de tekening in het boekje?
  • 3. Ze zien relaties en verbanden, vragen zich bijvoorbeeld af wat de oorzaak van een probleem is en wat het gevolg is.
    • Bij dit doel passen de versjes; tuinkers, net goed!, beukennootje, verwarming vol kleren, merel, mijn insectenhotel.

Verwerking:

  • Tuinkers: Hoe komt het dat de tuinkers hangt? Wat kun je doen voor de tuinkers zodat hij zich weer beter gaat voelen?
  • Net goed!: Als je in de brandnetels valt dan doet dat pijn. Ken je nog meer planten die pijn kunnen doen? Wat doe je als je geprikt wordt door een plant? Hier vind je meer informatie over planten die terugvechten.
  • Beukennootje: Rondom het beukennootje zit een jasje. Waarom heeft een beukennootje een jasje aan? Wat zou er gebeuren als nootjes geen jasje aan hadden? Waar moet je op letten als je beukennootjes raapt?
  • Verwarming vol kleren: Hoe komt het dat de verwarming vol kleren hangt? Waarom wil mama dat hij binnenspeelt? Wat kan de jongen doen om toch buiten te spelen en niet nat te worden?
  • Merel: Elke avond zingt de merel een afscheidslied. En de volgende dag….Hoe komt het dat de vogels zingen of fluiten?
  • Mijn insectenhotel: Vertel de kinderen iets meer over een insectenhotel. Vraag daarna wat de schrijver bedoelt met…’een druppeltje nectar per nacht’…
  • 4. Ze herkennen kenmerken van landschappen in de directe omgeving.
    • Bij dit doel passen de versjes; de zomer zingt, sterrenhemel, bootje, blaasbloem.

Verwerking:

  • De zomer zingt: Vliegen brommen, hommels zoemen, bloemen wiegen, bomen ruisen… Wat zie en hoor je buiten? Welke dieren hoor en zie je in jouw buurt en welke planten, struiken, bomen. Kun jij daar ook mooie woorden voor vinden?
  • Sterrenhemel: Als je naar boven kijkt als het donker is dan zie je bij een heldere hemel de sterren en de maan. Elke dag is het anders. Wat zie jij ’s avonds als het donker is? Herken je ook sterrenbeelden? Meer informatie over sterrenkijken voor jonge kinderen vind je hier en voor wat oudere kinderen vind je hier meer informatie.
  • Bootje: In de rivier drijft een blaadje. Wat vind je nog meer in een rivier of slootjes. Kijk eens bij jou in de buurt?
  • Blaasbloem: Heb je bij jou in de buurt wel eens een paardenbloem gezien. Hier vind je een filmpje van school tv. hoe de paardenbloem in een pluizebol verandert.

Overige ideeën:

Andere verwerkingen bij versjes en gedichten:

  • Schrijf net als Plint een gedichtje op een lege ansichtkaart en laat de kinderen er een tekening bij maken.
  • Via Plint kun je ook digitaal lesmateriaal vinden voor je digibord
  • Lees een gedichtje voor en laat de kinderen er een titel bij bedenken.
  • Pak een belangrijk woord uit een gedichtje en laat de kinderen rijmen op dit woord. Kun je van de rijmwoorden een nieuw gedicht maken?
  • Een gedichtenspeurtocht in de buurt uitzetten. Hang gedichten op en tijdens de wandeling/speurtocht lees je het gedicht hardop voor.
  • Zie ook de ideeën op de website van creatief met gedichten poëzieweek
  • Ook juf Janneke heeft leuke ideeën gegeven voor het gebruik van gedichten in de klas