Ergens in de sneeuw

[DOOR SANDRA] ‘Want iedereen die alleen is, verdient iets fijns.’
– Ergens in de sneeuw –

Dit boek is geschikt om voor te lezen vanaf groep 1.

Het verhaal

Cover Ergens in de sneeuw

Het is winter, de vlokken sneeuw dwarrelen naar beneden en achter elk raam in de stad is het feest. Sofie heeft geen feest, haar vader heeft het altijd druk. Sofie kleed zich warm aan en gaat naar buiten.

‘Misschien is er buiten wel iets fijns te vinden. Iets magisch, iets vrolijks, iets speciaal voor haar.’

In de sneeuwstorm ziet Sofie een grote wollige eland. Ze gaat met de eland op weg naar het onbekende. Midden in de witte wereld van een groot bos staat een kleine boom, helemaal alleen. Sofie bedenkt een plan en zoekt, samen met de dieren in het bos, naar iets bijzonders voor de boom, zodat deze kan stralen. Zou Sofie dit magische tafereel ook met haar vader mogen delen? 

Recensie

Het boek Ergens in de sneeuw is een prachtig boek met een winters tafereel. De illustraties zijn voornamelijk in wit, grijs en blauwtinten getekend, met daarnaast enkele accentkleuren waardoor hier de aandacht naar uit gaat. Daarnaast is het ook dynamisch getekend doordat de sneeuwvlokken in bepaalde richtingen gaan, er veel/weinig sneeuw geïllustreerd is en voetstappen zichtbaar zijn.

Het verhaal is in korte alinea’s geschreven en wordt ondersteund door de afbeeldingen. Er staan veel vragen in de tekst, waarover je in gesprek kunt gaan, zoals:

Maar hoe gaat Sofie zoiets vinden in de eindeloze stad?

Waar de huizen tot ver boven je hoofd reiken?’

Ergens in de sneeuw gaat over Sofie die op zoek gaat naar iets fijns speciaal voor haar omdat ze zich alleen voelt. Haar zoektocht laat zien dat ondanks wanneer je samen bent of bij veel mensen in de buurt woont, je toch eenzaam kunt zijn. En wanneer je je alleen voelt, zelf kunt zoeken naar iets wat je een fijn gevoel geeft en ervoor kunt zorgen dat een ander het ook fijn heeft. Een prachtig prentenboek wat goed past bij de winterse periode.

Met dank aan Uitgeverij Lemniscaat voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Ideeën voorlezen Ergens in de sneeuw

In de onderbouw werken de mini leeslessen anders. Het voornaamste doel van het voorlezen in de onderbouw is het leesplezier! Kinderen die graag worden voorgelezen en het fijn vinden om boeken te bekijken, zullen later het lezen sneller oppakken. Bij de keuze van het boek is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
Hieronder staat beschreven hoe je Ergens in de sneeuw kunt voorlezen. Voorlezen is een manier om naast het vergroten van het leesplezier te werken aan andere doelen zoals het vergroten van de woordenschat, het inzicht in zinsbouw, verhaalbegrip, de communicatievaardigheid en boekoriëntatie te werken.

Verder vind je in dit blog uitwerkingen hoe je met dit prentenboek aan de slag kunt gaan met geletterdheid en hoe je allerlei activiteiten kunt koppelen aan dit specifieke boek.

Introductie en voorlezen

Als introductie: Zet een filmpje van sneeuw aan op het digibord en stel de kinderen vragen: Wat zie je? Welk gevoel roept de sneeuw bij je op? Laat de kaft zien. Benoem wat je ziet: hoge besneeuwde bomen, een eland en een klein meisje. Dit lijkt landschap op het winterse filmpje. Zou jij door de sneeuw willen lopen net als het meisje, waarom wel of niet?

Voor het voorlezen:

Vertel kort de strekking van het verhaal zonder dat je de clou weggeeft. Je wil dat kinderen nieuwsgierig worden en de juiste informatie tot zich nemen, waardoor het verhaalbegrip zo groot mogelijk wordt. Voor dit boek zou dit als volgt kunnen:

  • Vertel dat dit boek gaat over Sofie. Sofie is thuis met haar vader, maar haar vader heeft geen tijd voor haar. Ze gaat daarom alleen op pad door de sneeuw. Ze begint in de stad waar veel mensen binnen samenzijn en gaat vervolgens alleen naar het bos.

Als het prentenboek voor de eerste keer voorgelezen wordt, onderbreek je het verhaal zo min mogelijk. Je geeft alleen maar uitleg als je denkt dat sommige woorden te moeilijk zijn om het verhaal te begrijpen.  Zorg ervoor dat de kinderen het boek goed kunnen zien (liefst via het digibord). Moeilijke woorden op de pagina leg je van tevoren uit in kindertaal eventueel met hulp van de illustratie.

Bij volgende keren voorlezen is het mogelijk om dieper na te denken over een fragment van het verhaal. Als je een denkvraag stelt, vraag dan door op wat de leerlingen antwoorden.

Maak een keuze uit onderstaande vragen:

Kijk en vergelijk Laat de eerste bladzijde zien waar de huizen van de stad zijn afgebeeld. Achter elk raam is verlichting en vieren mensen samen feest, behalve bij Sofie en haar vader. Welke verschillen zie je? 
BetwijfelenHet meisje gaat middenin een winterstorm alleen naar buiten en met een eland mee naar een groot bos. Zou jij dat durven?
Bedenken Wat doe jij graag op een winterse dag?
Oplossen Sofie heeft thuis geen feest omdat haar vader het altijd druk heeft. Hoe zou ze ervoor kunnen zorgen dat haar vader tijd heeft voor samenzijn en feest?
Voorspellen‘Misschien is er buiten wel iets fijns te vinden. Iets magisch, iets vrolijks, iets speciaal voor haar’. Wat denk je dat Sofie buiten gaat vinden?
OntwerpenOp de bladzijde: ‘Aan de rand …’ t/m ‘… helemaal alleen’ ziet Sofie een boom alleen zonder versieringen of lichtjes. Hoe zou jij de boom versieren in een bos waarin geen gewone versieringen zijn? 
Grote ideeënKen jij iemand die zich weleens alleen voelt. Hoe kun je ervoor zorgen dat iemand zich niet meer zo alleen voelt?
VerbindenBen jij weleens op een winterse dag buiten gaan wandelen? Waar ben je geweest? Hoe zag dat eruit? Wat heb je gedaan?

Woorden die goed behandeld kunnen worden bij dit boek om de woordenschat te vergroten:

  • Met behulp van de illustraties: stad, sneeuw, lichtjes, sterren, vlokken, eland.
  • Uitleggen met andere woorden: druk, winterochtend, magisch, speciaal, eindeloze, sneeuwbui, winterstorm, wollige vacht, onbekende, ophoudt, doemt iets op.
  • Door de woorden voor te doen met het boek: gelach, ver boven je hoofd, dwarrelen, fladderen, sjokkend, gezucht, gekraak.

Werken vanuit essentiële thema’s

In groep 1-2 wordt op bijna alle scholen gewerkt met thematisch onderwijs. Bij het voorlezen is het dan ook een logische keuze om te kiezen voor prentenboeken die bij het thema passen. Het doel van het thematisch voorlezen is dat de ervarings- en taalbasis van de kinderen vergroot wordt.

Kies een essentieel thema, waarbij 1 prentenboek de basis is. Essentiële thema’s zijn brede onderwerpen waar mensen op verschillende wijzen naar kijken en die uitnodigen tot het stellen van vragen en filosoferen. Uitleg over het essentiële thema lees je in het blog Werken met essentiële thema’s.

Essentieel thema

Binnen een essentieel thema werk je met een centrale zin en woord. Uitleg over de centrale zin en het centrale woord lees je in het blog Geletterdheid met prentenboeken.

Bij dit boek past het essentieel thema: 
samen

De zin die centraal kan staan is: ‘Sneeuw is fijn’.
Als centrale woord zou ik fijn‘ kiezen, omdat de mensen het fijn vinden om samen binnen te zijn en Sofie in het bos een fijne plek creëert voor de dieren en haar vader.

Andere essentiële thema’s bij dit prentenboek kunnen zijn:

  • winter
  • feest

Mogelijke activiteiten

Hoeken:

  • Bij het boek ergens in de sneeuw kun je een verteltafel maken. Schilder met de kinderen de achtergrond van de hoge besneeuwde bomen of kopieer een afbeelding uit het boek. Zet (plastic) bomen neer en maak een witte besneeuwde bodem van watten, pompons en/of rijst. Zorg voor de speelfiguren: een meisje, een vader en een eland. Een kleine boom en versieringen uit de natuur maken het verhaal af om na te spelen.

Creatief schrijven:

  • Sofie gaat naar buiten zonder het aan haar vader te laten weten. Schrijf een briefje voor de vader van Sofie en laat aan hem weten waar Sofie naartoe gaat.
  • Maak een gedicht. Bedenk met de kinderen welke bewegingen de sneeuwvlokken maken. In het boek staan ook mooie voorbeelden, zoals: dwarrelen, fladderen en gekraak. Schrijf het gedicht in verschillende lettergroottes, kleuren en lettertypen op. Dwarrelen en fladderen kun je sierlijk schrijven en gekraak met een trillend handschrift!
  • Rondom de stralende boom zitten Sofie, haar vader en de dieren. Wat zouden ze denken? Schrijf het erbij.
  • Op een van de laatste bladzijdes is het Noorderlicht te zien. Laat de kinderen opschrijven welke kleuren zij zien. Is er nog meer te zien?
  • Welke dieren zie je in het boek? Maak een lijstje van de dieren die in het boek te zien zijn.
  • Wat doe jij het liefst op een winterse dag? Maak een top-5 lijstje.

Rekenen:

  • Hoeveel ramen zie je in de stad? Achter hoeveel ramen is wel/geen verlichting?
  • Kun je de sneeuwvlokjes in het boek tellen? Nee, want dat is ontelbaar. Wat is nog meer ontelbaar?
  • Op een van de pagina’s zie je Sofie en de Eland tussen de hele grote bomen staan. Hoe hoog zouden de bomen zijn? Gebruik een blokje al referentiemaat. Hoeveel blokjes hoog zijn de bomen?

Muziek:

Sociaal-emotionele ontwikkeling:

  • Is er iemand die zich weleens alleen voelt? Wat kun je doen voor iemand die zich alleen voelt? Bedenk, maak, geef en/of doe iets voor een ander.

Creatief:

  • De sneeuw in het boek is op verschillende manieren geïllustreerd: enkele sneeuwvlokjes (zachtjes dwarrelen), veel sneeuwvlokken, heel veel sneeuwvlokken en ook strepen van sneeuw (een woeste sneeuwstorm). Je kunt ook in het boek zien dat de sneeuw een bepaalde kant ook op gaat door de windrichting. De bewegingen die zichtbaar zijn in de illustraties noem je een dynamische tekening. Ga met de kinderen in gesprek over de sneeuw en experimenteer vervolgens met verf. Kunnen de kinderen ook een dynamische illustratie maken? Maak een drieluik van: zachtjes dwarrelen tot aan een sneeuwstorm.
  • In het boek is het noorderlicht te zien met verschillende kleuren. Laat de kinderen het Noorderlicht schilderen en daarvoor kleuren mengen. Kunnen zij ervoor zorgen dat er een mooie overloop is in de kleuren en sierlijke lijnen ontstaan in de lucht?
  • Bekijk met de kinderen de tekeningen van de hoge bomen in het bos. Laat ze zien hoe je die hoge bomen kunt schilderen. Laat de kinderen de hoge bomen schilderen, met een wattenstaafje kunnen ze kleine sneeuwvlokken maken. Kunnen ze ook zichzelf erbij tekenen? Dan kun je goed zien hoe hoog de bomen zijn!

Drama:

  • Uitbeelden: Hoe beweegt een sneeuwvlokje? Hoe bewegen heel veel sneeuwvlokjes en hoe beweegt een sneeuwstorm?

Spel:

  • Juf Bianca heeft 4 spelactiviteiten met (sneeuw)klei bedacht.

Natuur:

  • Juf Janneke heeft ideeën bedacht bij het thema winter.

Andere titels bij het thema:

Vergelijkbare artikelen