Home / Gastblogger / Het begint met een zaadje (thematitel KBW22)

Het begint met een zaadje (thematitel KBW22)

[DOOR MARIE-JOSE] ‘Hoe is het mogelijk dat iets zo klein,
Het begin van zo’n grote boom kan zijn?
‘Ontdek hoe een klein zaadje uitgroeit tot een dierenparadijs’
– Het begint met een zaadje –

Dit boek is geschikt om voor te lezen vanaf groep 1.

Het verhaal

Cover Het begint met een zaadje

Een zaadje dwarrelt door de wind en landt op de grond. Dat is het begin van een plantje dat uitgroeit tot een boom. In de boom leven dieren en de boom vertelt ook nog een ander verhaal over welke veranderingen er zijn tijdens de verschillende seizoenen.  

Benieuwd naar dit boek? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

Dit mooi vormgegeven boek met prachtige illustraties door Jennie Webber die op zich ware kunstwerkjes zijn, vertelt hoe een boom groeit vanuit een heel klein zaadje. Tijdens de groei ontdek je dat de boom huisvesting en voedsel biedt aan verschillende insecten, vogels, en andere dieren. Het verhaal heeft Laura Knowles gebracht in dichtvorm. De laatste uitklappagina laat zien hoe de cyclus elk jaar opnieuw begint. De boom in het boek is een esdoorn en achter op de uitklappagina zijn de specifieke kenmerken van deze boom beschreven. Mooie aanvullende en begrijpelijke geïllustreerde informatie. Een aanrader voor elke klas. Zowel voor de onderbouw als voor de bovenbouw geschikt om te gebruiken tijdens thema’s waar je de natuur centraal stelt.

Het begint met een zaadje is een thematitel voor groep 1/2 voor de kinderboekenweek 2022. Dit boek sluit goed aan bij het thema Gi-ga-groen.

Met dank aan Uitgeverij Christofoor voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Ideeën mini leeslessen Het begint met een zaadje

In de onderbouw werken de mini leeslessen anders. Het voornaamste doel van het voorlezen in de onderbouw is het leesplezier! Kinderen die graag worden voorgelezen en het fijn vinden om boeken te bekijken, zullen later het lezen sneller oppakken. Bij de keuze van het boek is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
Hieronder staat beschreven hoe je Het begint met een zaadje kunt voorlezen. Voorlezen is een manier om naast het vergroten van het leesplezier te werken aan andere doelen zoals het vergroten van de woordenschat, het inzicht in zinsbouw, verhaalbegrip, de communicatievaardigheid en boekoriëntatie te werken.

Introductie:

Als introductie kun je de kinderen vragen waaruit een boom bestaat. Maak er een mindmap van. Laat daarna de time laps zien van dit filmpje en vraag of ze nu nog meer dingen kunnen noemen.

Breng zaadjes mee (eikels en andere zaden van bomen, zorg ook voor zaden en pitjes van fruit en bloemen)

Huisje Boompje Beestje heeft ook een mooi filmpje over zaden wat gebruikt kan worden als introductie.

Voor het voorlezen:

Bekijk met de kinderen de kaft en praat erover voor je start met voorlezen. Je kunt dit doen door te vragen wat ze zien en of ze een idee hebben wat dat betekent. Bekijk ook de achterkant en lees de tekst voor. Kunnen ze zich voorstellen dat uit een heel klein zaadje een boom kan groeien?

Vertel kort de strekking van het verhaal zonder dat je de clou weggeeft. Je wil dat kinderen nieuwsgierig worden en de juiste informatie tot zich nemen, waardoor het verhaalbegrip zo groot mogelijk wordt. Voor dit boek zou dit als volgt kunnen:

  • Een heel klein zaadje met vleugels (laat de eerste bladzijde zien) dwarrelt in de lucht. Het zaadje valt op de grond en dan gaat het groeien en groeien…

Als het prentenboek voor de eerste keer voorgelezen wordt, onderbreek je het verhaal zo min mogelijk. Je geeft alleen maar uitleg als je denkt dat sommige woorden te moeilijk zijn om het verhaal te begrijpen.  Zorg ervoor dat de kinderen het boek goed kunnen zien. (liefst via het digibord)

Bij volgende keren voorlezen is het mogelijk om dieper na te denken over een fragment van het verhaal. Als je een denkvraag stelt, vraag dan door op wat de leerlingen antwoorden.

Maak een keuze uit onderstaande vragen: (geef bij elke vraag 1 of 2 voorbeeldvragen)

Kijk en vergelijk

  • Op elke bladzijde is een verschil waarneembaar in de groei. Kies twee bladzijdes uit die helpen te zoeken naar overeenkomsten en verschillen. Laat verschillende zaadje zien en ontdek overeenkomsten en verschillen.

Betwijfelen

  • Denken jullie dat uit elk zaadje een boom groeit? Wanneer wel en wanneer niet?

Bedenken

  • Hoe komt het dat uit zaadjes weer planten en bomen groeien?

Oplossen

  • Hoe kun je zaadjes helpen om goed te groeien? Wat hebben ze nodig denken jullie?

Voorspellen

  • Kun jij voorspellen wat er gebeurt als je een zaadje in de grond stopt? Kun jij voorspellen wat er gebeurt als een blaadje van de boom valt?

Grote ideeën

  • Leven planten?

Verbinden

  • Heb jij wel eens zaadjes in de grond gestopt? Wat groeide eruit? Wat is bij planten hetzelfde als bij mensen? 

Woorden die goed behandeld kunnen worden bij dit boek om de woordenschat te vergroten:

  • Met behulp van de illustraties: zaadje met vleugels, wortel, stengel, richt zich dapper omhoog, schuilen, neerstrijken, bladerdak, rupsen, kevers, eekhoorns
  • Uitleggen met andere woorden: hoe is het mogelijk, ieder jaar een ring erbij, op hun gemak voelen, verlangen, ontluikende blaadjes, 
  • Door de woorden voor te doen met het boek: dwarrelen, rekken en strekken, 

Werken vanuit essentiële thema’s

In groep 1-2 wordt op bijna alle scholen gewerkt met thematisch onderwijs. Bij het voorlezen is het dan ook een logische keuze om te kiezen voor prentenboeken die bij het thema passen. Het doel van het thematisch voorlezen is dat de ervarings- en taalbasis van de kinderen vergroot wordt.

Kies een essentieel thema, waarbij 1 prentenboek de basis is. Essentiële thema’s zijn brede onderwerpen waar mensen op verschillende wijzen naar kijken en die uitnodigen tot het stellen van vragen en filosoferen. Het zijn thema’s die vaak terug komen in het dagelijks leven. Door het gebruik van een essentieel thema leren kinderen de verbinding te leggen tussen de wereld en zichzelf.

Essentieel thema

Bij dit boek past het essentieel thema: Gi-Ga-Groen.

De zin die centraal kan staan is: ‘Het zaadje wordt een boom’. Als centrale woord zou ik ‘zaadje’ kiezen. 

Andere essentiële thema’s zouden kunnen zijn.

  • Omgaan met de natuur
  • Groeien
  • Seizoenen

Mogelijke activiteiten

Creatief schrijven: 

  • Maak een gedichtje over een zaadje, over een boom of over dieren die in de boom leven.
  • Teken een bloem en schrijf erbij hoe alle onderdelen van de bloem heten.
  • Geef een kopie van de bladzijde waar je allerlei dieren in de boom ziet. De kinderen mogen erbij schrijven wat ze zien.
  • Leg zaden op tafel en laat de kinderen deze natekenen. Ze schrijven erbij wat het is. (Zonnebloempitten, pompoenpitten, eikels, esdoornzaden, etc…)
  • Maak eens een lijstje van dieren en insecten die de boom gebruiken als woning of als voedsel?

Rekenen:

  • Houd met een meetlintje bij hoeveel de zaadjes elke dag groeien
  • Tel hoeveel zaadjes je plant.
  • Tel de blaadjes die uit 1 plantje komen. Hoeveel blaadjes komen er uit twee plantjes?
  • Tel de jaarringen van een boom, kijk eerst naar dit filmpje van schooltv en tel daarna de jaarringen van deze boom.

Muziek:

Creatief: 

Bekijk het filmpje hoe Jennie Webber het boek maakt

  • Kun jij een boom tekenen met een dun potlood?
  • Breng verschillende lagen wasco over elkaar aan en eindig met een zwarte laag. De kinderen kunnen net als Jennie een boom krassen met een stomp voorwerp of een prikpen.
  • Van zaden en pitten kun je kunstwerkjes maken. Hier zie je voorbeelden.
  • In het boek gaat het over het zaadje van een esdoorn. Op deze pinterest zie je vele creatieve mogelijkheden met deze zaden.

Drama:

  • Het verhaal kun je in het speellokaal voorlezen en de kinderen ondertussen laten uitbeelden dat ze een zaadje zijn dat gaat groeien. Gebruik de woorden uit het boek zoals dwarrelen, rekken, strekken etc..

Natuur: 

  • Verras de kinderen eens en trakteer ze op een smakelijke zadensnack. Hier vind je recepten.
  • Bedenk samen met de kinderen welke zaden je kunt eten en welke je niet kunt eten. Geef ze een potje met verschillende zaden door elkaar die ze vervolgens sorteren door ze met een pincet vast te pakken in bijvoorbeeld een ijsblokjesmal. Kunnen in elke mal evenveel zaden?
  • Nijntje plant een zaadje
  • Bekijk hoe een zaadje groeit: