Home / Ideeën mini leesles / Bovenbouw / Supergroen – Helden en schurken van het voedselbos

Supergroen – Helden en schurken van het voedselbos

[DOOR ALICE] ‘Ik wil een bos’ zei ik tegen mijn ouders. ‘Als jij naar een bos wilt’, zeiden mijn ouders, ‘dan ga je toch lekker naar het bos, kun je best zelf. Je bent veertig.’ ‘Jullie verstonden me verkeerd’, zei ik. ‘Ik wil niet naar een bos. Ik wil een eigen bos, voor mezelf.’ ‘Een eigen bos?’  Vroegen ze. Wat moet je nou met een eigen bos?’ Hutten bouwen dacht ik. Fikkie stoken. Maar dat zei ik natuurlijk niet hardop. Grote mensen, mensen van veertig bijvoorbeeld, moeten overal een serieuze reden voor hebben anders telt het niet, en hutten en fikkie zijn geen serieuze redenen dat wist ik ook wel.
– Supergroen – Helden en schurken van het voedselbos –

Dit boek is geschikt om zelf te lezen vanaf groep 7.

Het verhaal

Cover Supergroen - Helden en schurken van het bos

In dit boek lees je op een spannende en grappige manier over de wereld van de planten. Helden en schurken van het voedselbos. Leven er dan helden en schurken in het voedselbos? Ja! Dit zijn namelijk planten. Je hebt superschurken, die je beter niet in je voedselbos kunt hebben en als je die dan toch hebt, kun je deze bestrijden met de heldhaftige planten. Wat voor soort planten zijn dit dan? Nou van een distel kun je nooit winnen! Nee, de paardenbloem! Die zorgt er helemaal in zijn eentje voor dat het in de grond een beetje gezellig blijft voor regenwormen en collega-planten.

Prinsen kussen geen kikkers. Prinsessen wel! Meisjes zijn avontuurlijker dan prinsen. In sprookjes in elk geval, bijvoorbeeld: Belle en het beest. Het veranderen van een vies, eng monsterlijk wezen, in een knappe droomheld, daar draaien de dames hun hand niet voor om. Een beetje van die prinsessenkracht heb je ook nodig als je een voedselbos gaat aanleggen, want soms gaat onder het meest afschuwelijke uiterlijk een droomland schuil.

En snap je helemaal niks van al het nieuws over de stikstof? Het woord stikstof was de laatste jaren vaak te horen in allerlei nieuwsprogramma’s op televisie. Veel grote mensen hebben er een heftige mening over. Ik weet niet of jouw ouders dit ook doen, maar zelf zat ik regelmatig te schreeuwen naar de mensen van het journaal: Nee, nee, nee! Zo zit het niet idioot! Hoe het wel zit? Dat lees je in dit boek. Supergroen dus!

Benieuwd naar dit boek? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

Dit boek kwam niet uit mijn handen. Ik had het boek meegenomen naar de camping, vlakbij de Veluwe, tussen de bossen. Midden in de natuur las ik het boek over de natuur. Mijn mede campinggangers keken steeds verbaasd op van hun theekransje als ik hardop moest lachen om de hilarische schrijfstijl van dit boek.

De inhoudsopgave trekt meteen de aandacht. Zo kon ik niet wachten om te beginnen aan hoofdstuk 5. Zeg nou zelf ‘Mwoehahaha‘ dat moet wel een schurkachtig hoofdstuk zijn. Ik werd niet teleurgesteld door de schrijver.

‘Superschurken roepen voortdurend dingen als ‘Wandaag deze stjad, morgen de hele vereld! Mwhoehahaha!’ (De superschurk praat – in Nederlandse films, tenminste – meestal met een soort Duits accent. Waarom dat zo is weet ik ook niet. Misschien vanwege de tweede wereldoorlog of omdat Duitsland altijd van ons wint met voetballen?) Ieder geval: in mijn bos heb ik ook een voedselschurk. ‘Mwhoehahaha,’ hoor ik hem voortdurend bulderen. Wandaag dit woedsjebosj, morgen de hele vereld!’ Hij ziet er heel lieflijk en onschuldig uit, mijn superschurk. Als ik je vertel welke plant ik bedoel, dan zul je zeggen: ‘Wat, die? Neeeeh, dat is echt een schatje! Met z’n leuke bloemetjes.’ Laat je niet voor de gek houden. Het is echt een rotzak van jewelste, een schoft van het zuiverste water. Het is…..’

Dit boek is heel goed te gebruiken bij de Kinderboekenweek 2022, met als thema Gi-ga-groen Zo kun je hoofdstuk 13: De absolute kampioen gebruiken voor een proefje. Je kunt een wilgentak gebruiken om te stekken.

‘Als je een takje afsnijdt van bijvoorbeeld een bessenstruik, en je wilt dat stekken, dan kan de wilg je helpen. Zet het takje in een vaas of een bekertje water en leg op de bodem een aan stukken gesneden wilgentwijgje. In dat wilgentwijgje zit namelijk een stokje dat zegt: ‘Wortels maken! Nu! Hup hup! Wortels zeg ik! Nu nu nu NU!’ Dat stofje zit er eigenlijk om de wilgentwijg te helpen worteltjes te maken. Maar het stofje zal door het water naar je bessentakje toe drijven en dan gaat die bessentak ineens twee keer zo hard aan de slag. Probeer zelf maar eens of het klopt: zet twee glazen met een takje in de vensterbank. Eentje met een eentje zonder stukjes wilg. Maak elke dag een foto van de takjes en kijk welke er als eerste worteltjes krijgt. En welke wortels het hardst groeien.’

Met dank aan Uitgeverij Ploegsma voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Ideeën mini leeslessen Supergroen – Helden en schurken van het voedselbos

Om kinderen te enthousiasmeren om het boek te lezen en hen te stimuleren om erover na te denken kun je het boek koppelen aan mini leeslessen. Dit zijn tevens manieren om met kinderen in gesprek te raken over boeken en hun interesses te ontdekken. Enkele mini leeslessen voor het boek Supergroen – Helden en schurken van het voedselbos zijn:

  • De schrijver vertelt vanuit zijn eigen perspectief. In dit geval het ik-perspectief. Lees hoofdstuk 1 ‘Een serieus bos‘ voor.
    Leesvraag: Vanuit welk perspectief is jouw boek geschreven?
  • De schrijver vertelt in hoofdstuk 2 iets over bomen. Lees bladzijde 11 ‘Bomen kunnen heel…’ t/m bladzijde 12 ‘…mineralen en zonlicht.’ voor.
    Leesvraag: Wat voor type bomen komen er in je eigen boek voor?
  • De schrijver vindt de distel een echte schurk en noemt het zelfs een smeerlap. Lees hoofdstuk 3 ‘Distels‘ op bladzijde 15 voor.
    Leesvraag: Welke schurk komt in jouw verhaal voor? Waarom is dat zo’n smeerlap?
  • De schrijver gaat op het platteland wonen, tussen andere boeren in. Daar praten ze plat. De a-klank wordt uitgesproken als een ui. Lees bladzijde 20 ‘Mijn land ligt…’ t/m bladzijde 20 ‘…ziet Piet het aan.’ voor.
    Leesvraag: Wat voor dialect wordt er in jouw boek gesproken?
  • In het boek komen ook moeilijke woorden voor, gelukkig legt de schrijver deze moeilijke woorden uit. Lees bladzijde 34 ‘Een van de…’ t/m bladzijde 34 ‘…te hulp schieten.’ voor.
    Leesvraag: Welk moeilijk woord komt in jouw boek voor? Wat betekent dit?

Overige ideeën

  • Het voedselbos van Thijs bestaat echt en kun je vinden in Nijmegen. Neem eens een kijkje op de site van het Dassenhof.
  • Doe samen met de klas het bovengenoemde experiment of maak er een challenge van.