Home / Gastblogger / Swoertje wroet in vroeger

Swoertje wroet in vroeger

[DOOR MARIE-JOSE] ‘Wat heb jij een boel bijzondere spullen in huis zeg’, zegt Swoertje.
‘O ja?’ Zegt Rob, ‘dat lag hier allemaal al hoor.’
– Swoertje wroet in vroeger –

De rechterpagina’s vormen een prentenboek en zijn geschikt om voor te lezen vanaf 5 jaar. De linkerpagina’s geven informatie over de oudheid en zijn geschikt om zelf te lezen vanaf groep 4.

Het verhaal

Swoertje wroet in vroegerSwoertje, het zwijntje ontdekt een gat in de grond en door te wroeten komt hij terecht in het huisje van Rob de das. Rob heeft mooie spullen in zijn huisje staan. Volgens hem stonden die er al voor hij daar woonde. Swoertje en Rob spelen buiten met een hoepel die in Rob’s huisje lag. Ze gooien de hoepel om het gewei van het edelhert en die merkt dat het geen gewone hoepel is en stelt voor aan professor Pier te vragen wat het wel is. Professor Pier weet dat het een oud zwaard is en vraagt of Rob nog meer van die spullen heeft. Zo ontdekt hij dat Rob een heleboel spullen uit de oudheid in zijn huisje heeft staan. Ze brengen alles naar een museum en Rob mag nieuwe spullen uitkiezen voor zijn keuken.

Benieuwd naar Swoertje wroet in vroeger? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

Dit bijzondere prentenboek is een combinatie van fictie en non-fictie. De rechterpagina’s vormen een prentenboek. De prenten zijn een combinatie van tekeningen en foto’s met als achtergrond bos als ze buiten spelen en aarde als het verhaal onder de grond speelt. De dieren zijn getekend en de voorwerpen zijn foto’s uit de oudheid. Op de linker pagina’s vind je op ruitjes papier, zoals archeologen gebruiken om alles op te tekenen, achtergrondinformatie over archeologie, grafheuvels en oude voorwerpen geïllustreerd met foto’s, tijdbalken, kleine notitiebriefjes, een smartphone met WhatsApp berichtjes en een krantenbericht over opgravingen in een dassenburcht. Een boek dat geschikt is voor jong en oud. Door de mooie foto’s en de veelheid aan gevarieerde informatie aangevuld met websites waar nog meer te vinden is, is dit een geschikt boek voor zowel de kleutergroepen als voor de hogere groepen.

Met dank aan SPA uitgevers voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Ideeën mini leeslessen Swoertje wroet in vroeger

In de onderbouw werken de mini leeslessen anders. Het voornaamste doel van het voorlezen in de onderbouw is het leesplezier! Kinderen die graag worden voorgelezen en het fijn vinden om boeken te bekijken, zullen later het lezen sneller oppakken. Bij de keuze van het boek is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
In onderstaande mini leeslessen staat beschreven hoe je Swoertje wroet in vroeger kunt voorlezen. Voorlezen is een manier om naast het vergroten van het leesplezier te werken aan andere doelen zoals het vergroten van de woordenschat, het inzicht in zinsbouw, verhaalbegrip, de communicatievaardigheid en boekoriëntatie te werken.

Voor het voorlezen:

Bekijk met de leerlingen de kaft en praat erover voor je start met voorlezen.

  • Lees de woorden van de titel voor en vraag of de kinderen willen nadenken over ‘Swoertje wroet in vroeger’, wat zou daarmee bedoeld worden?
  • Kijk naar het schuingedrukte woord: de grafheuvel. Wat zou een grafheuvel zijn? Zie je een heuvel op de plaat?

Bij LIST bij kleuters vertel je kort de strekking van het verhaal zonder dat je de clou weggeeft. Je wil dat kleuters nieuwsgierig worden en de juiste informatie tot zich nemen, waardoor het verhaalbegrip zo groot mogelijk wordt. Voor dit boek zou dat als volgt kunnen:

  • Swoertje ziet een gat in de grond en graaft verder. Hij komt dan uit bij het huisje van Das waar allerlei mooie spullen liggen. Waar zouden die vandaan komen en waar kun je ze voor gebruiken? Zijn ze waardevol misschien?
    Nadat je dit hebt verteld is het goed om hier met de kinderen over door te praten. Wat zijn dat ‘waardevolle’ spullen? Heb jij iets van waarde? Wat vind je veel waard?

Als het prentenboek voor de eerste keer voorgelezen wordt, onderbreek je bij LIST voor kleuter het verhaal zo min mogelijk. Je geeft alleen maar uitleg als je denkt dat sommige woorden te moeilijk zijn om het verhaal te begrijpen.  Zorg ervoor dat de kinderen het boek goed kunnen zien.

Uitleg geven kan op de volgende manier:

  • Op bladzijde 5 zie je de buizerd, ik denk dat hij kijkt of hij ergens een lekker muisje ziet, daarna lees je de tekst: ‘Op zoek naar prooi kijkt de buizerd over de heide’ voor.
  • Ik denk dat het zwijntje honger heeft en daarom gaat hij snel graven, daarna lees je de tekst op bladzijde 11 : ‘Het zwijntje is op zoek naar eten en begint driftig te wroeten’ voor.
  • Wijs op de foto’s op bladzijde 17 van de oude kommen en voorwerpen en lees dan’ Wat heb jij een boel bijzondere spullen in huis’ voor.
  • Zeg bij bladzijde 25 ‘O, kijk de hoepel is niet om een paal gevallen maar op de kop van het hert’ en lees daarna ‘En daar belandt de hoepel om het gewei van Heer Edelhert.’ voor.
  • Zie je professor Pier lezen op bladzijde 29? Hij heeft in zijn wagen nog veel meer boeken, ik denk dat hij heel veel leest, daarna lees je ’Professor Pier is naast boekenwurm ook zeer praktisch ingesteld’ voor.

Bij volgende keren voorlezen is het wel mogelijk om dieper na te denken over een fragment van het verhaal. Als je een denkvraag stelt, vraag dan door op wat de leerlingen antwoorden.

Maak een keuze uit onderstaande vragen:

  1. Welke prooien zoekt de buizerd op bladzijde 5 denk je?
  2. Hoe zouden al die oude potten op bladzijde 17 in de grond terecht zijn gekomen?
  3. Op bladzijde 21: Hoe komt het dat Rob en Swoertje denken dat dit een hoepel is? Hoe zou het komen dat het zwaard er zo uitziet? Vraag door op antwoorden van kinderen.
  4. Professor Pier is praktisch ingesteld op bladzijde 29. Wat doet iemand die praktisch is ingesteld?
  5. Hoe zou het komen dat professor Pier precies weet van wie het zwaard geweest is op bladzijde 31?
  6. Professor Pier wil alle spullen naar het museum brengen op bladzijde 35. Ben jij wel eens in een museum geweest? Wat kun je zien in een museum?
  7. De voorwerpen van vroeger krijgen een nieuw leven in het museum op bladzijde 39, waar iedereen nog zoveel over vroeger ontdekken kan. Wat denk je dat dat betekent?

 Woorden die goed behandeld kunnen worden bij dit boek om de woordenschat te vergroten:

  • Met behulp van de illustraties: heide, zwijntje, hoepel, zwaard.
  • Uitleggen met andere woorden: prooi, uit de diepte, boekenwurm, praktisch ingesteld, van dienst zijn, museum.
  • Uitleggen door het te doen/aan te wijzen: driftig, wroeten, bijzondere spullen, terugduwen, zwiep, gewei, edelhert, voorwerpen, ontdekken.

LIST bij kleuters

In groep 1-2 wordt op bijna alle scholen gewerkt met thematisch onderwijs. Bij het voorlezen is het dan ook een logische keuze om te kiezen voor prentenboeken die bij het thema passen. Het doel van het thematisch voorlezen is dat de ervarings- en taalbasis van de kinderen vergroot wordt.

Bij de LIST-methodiek kiezen de leerkrachten een essentieel thema, waarbij 1 prentenboek de basis is. Essentiële thema’s zijn brede onderwerpen waar mensen op verschillende wijzen naar kijken en die uitnodigen tot het stellen van vragen en filosoferen. Het zijn thema’s die vaak terug komen in het dagelijks leven. Door het gebruik van een essentieel thema leren kinderen de verbinding te leggen tussen de wereld en zichzelf.

Essentieel thema

Bij Swoertje wroet in vroeger past het essentieel thema: ‘En toen…’, dit sluit ook goed aan bij de Kinderboekenweek 2020.

De zin die centraal kan staan is: ‘Swoertje wroet in vroeger’. Als centrale woord zou ik ‘wroet‘ kiezen.

Andere essentiële thema’s zouden kunnen zijn.

  • Schatten opgraven
  • Museum
  • Vroeger

Introductie:

Als introductie kun je speelgoed van vroeger meebrengen. In onderstaand filmpje zie je hoe een archeoloog vertelt over speelgoed wat gevonden is in de Middeleeuwen. Bespreek wat het verschil is met speelgoed van nu.

En in dit filmpje kun je zien hoe ze een dinosaurus opgraven:

Bij het thema ‘en toen…’ past dit boek als centraal boek.

Via de Schat van Dalfsen vind je lesideeën die bij het thema ‘en toen…, vroeger, museum en schatten’ passen.

Mogelijke activiteiten

Creatief schrijven:

  • Geboortekaartjes maken met kleuters
  • Stamboom maken
  • Fossielen bekijken en daarna tekenen op platte stenen
  • Tekenen/ schrijven met stokjes in het zand
  • Patronen van Griekse vazen bekijken en zelf patronen bedenken
  • Hiërogliefen bekijken en zelf symbooltjes bedenken voor iets wat je wil vertellen.
  • Museum inrichten en kaartjes erbij schrijven wat het is

Motoriek/knutselen:

  • Vazen uit de oudheid maken van papier-maché en versieren met patronen
  • Kralenketting maken van zelfgemaakte kralen
  • Potjes kleien zoals in de oudheid

Spel:

  • Maak van de speelhoek een museum van vroeger en nu. Leg voorwerpen van vroeger en nu naast elkaar
  • Oude kleren, klompen, lange jurken, kleding uit de oudheid bekijken en zelf met lakens, knijpers en sjaaltjes kleding maken.
  • Zelfgemaakte potjes gebruiken in het spel
  • Zelf knikkers rollen van klei om mee te spelen

Muziek:

Rekenen:

  • Dobbelen
  • Romeinse cijfers met blokjes namaken vanaf voorbeeld
  • Tijdlijn maken met de kinderen met bijvoorbeeld speelgoed waar ze mee speelden van de geboorte tot nu

In de natuur/buiten:

  • In de zandbak spullen begraven die de kinderen weer op kunnen graven net zoals een archeoloog. Voorzichtig met kleine schepjes en kwastjes.
  • Maak een lijstje van verloren voorwerpen. Als ze iets gevonden hebben mogen ze op de lijst het goede voorwerp aankruisen. (in de kringloopwinkel kun je oude spulletjes vinden tegen een laag bedrag die je kunt verstoppen)
  • Zoek ook naar afbeeldingen van bijvoorbeeld trechterbekers of archeologische voorwerpen, plastificeer ze en verstop ze in de zandbak.
  • Verstop ook een in stukken gebroken potje of bord zodat ze dat weer in elkaar kunnen puzzelen. Kijk daarvoor eerst naar dit filmpje waarin je kunt zien dat kinderen ook zoeken naar voorwerpen bij de opgraving van een middeleeuwse huiswierde. Je kunt dit gebruiken om ook met kinderen te gaan zoeken naar scherven in de grond.
  • In het draaiboek voor archeologie voor groep 1 en 2 vind je nog meer ideeën.

Andere titels bij het thema:

Overige ideeën