Home / Gevoelens / Waar de wind waait

Waar de wind waait

‘Prachtig, machtig, toverachtig
kijk ik recht, recht naar omhoog
De mooiste kleuren van de wereld
zitten in de regenboog’

Waar de wind waait –

Het boek

Waar de wind waaitWaar de wind waait is een gedichtenbundel met 30 gedichten geschreven door Brenda Heijnis en geïllustreerd door Esther Leeuwrik. Elk gedicht vertelt een eigen verhaal. De gedichten gaan over kinderdingen, waardoor ze herkenbaar zullen zijn voor kinderen. Zo zullen kinderen zich na een vakantie vast herkennen in het gedicht vervelend of in het verdrietige gedicht opa als het kind ook een opa of oma verloren is.

De illustraties van Esther Leeuwrik zijn beeldend en mooi. De prent bij het gedicht toverachtig (bovenaan in het citaat komt een stukje terug) is mijn favoriet. De regenboog komt hier zo helder over en past precies bij het gedicht.

Het boek is geschikt voor kinderen om zelf te lezen, maar ook om voor te lezen.

Met dank aan Brenda Heijnis en Uitgeverij Clavis voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Zelf dit boek aanschaffen?

Ideeën mini leeslessen Waar de wind waait

Om kinderen te enthousiasmeren om het boek te lezen en hen te stimuleren om erover na te denken kun je het boek koppelen aan mini leeslessen. Dit zijn tevens manieren om met kinderen in gesprek te raken over boeken en hun interesses te ontdekken. Enkele mini leeslessen bij gedichten uit Waar de wind waait zijn:

  • Geheim: Ga in gesprek met de klas over het bewaren van geheimen. Wanneer lukt dit wel/niet?
    Leesvraag: Komen er geheimen in jouw boek voor?
  • Winnen: Wat doen de kinderen meestal tijdens een kinderfeestje? Zijn er activiteiten waarbij je kunt winnen? Hoe gaan zij als jarige om met winst/verlies?
    Leesvraag: komt er in jouw boek een winnaar voor? Waarmee heeft hij gewonnen? Hoe reageren de verliezers?
  • Bejaard: Hoe zijn de opa’s en oma’s van kinderen uit de klas? Welke opa/oma haalt ook zulke streken uit als je in het gedicht leest? Zou jij al een oude opa/oma willen zijn?
    Leesvraag: hoe zijn de opa’s en oma’s in jouw boek?
  • Ballonwangen: Wat kan jij?
    Leesvraag: wat kan jouw hoofdpersoon?
  • Brrr: Ken je dat gevoel dat je door een spinnenweb heen loopt? Dat je je hoofd snel controleert op spinnen? Zelf ben ik ooit door een nest met mini spinnetjes gelopen, pas na het douchen voelde ik geen gekriebel meer.
    Leesvraag: welk stukje uit jouw boek lijkt jou nou griezelig eng?
  • School: Welk gevoel geeft dit gedicht jou? Wie herkent zichzelf hierin? Wie denkt er anders over?
    Leesvraag: met welk stuk uit jouw boek ben jij het eens?
  • Zo’n dag: Wanneer zit bij jou wel eens alles tegen?
    Leesvraag: welke pech heeft jouw hoofdpersoon?

DOWNLOAD hier de Mini leesles leskaart Waar de wind waait

Overige lesideeën bij verschillende gedichten

  • Sdot: Maak zelf een gedicht dat je uitspreekt alsof je verkouden bent. Draag het gedicht aan de klas voor.
  • Ruilen: Verzamel een aantal tijdschriften. Knip steeds twee hoofden uit, die ongeveer even groot zijn én ruil een stukje om zoals in dit voorbeeld. Knip bijvoorbeeld de bovenste helft af en ruil die om met de bovenste helft van een ander hoofd of doe dit met stukjes zoals dit voorbeeld.
    Of laat twee kinderen zichzelf tekenen met delen van een ander kind, welke stukjes ruil je om? Wellicht kan dit voorbeeld ter inspiratie dienen.
  • Opa: Maak zelf wolken met de kinderen. Gebruik hiervoor watten en lichtblauw papier. Welke vormen kunnen zij maken?
  • Tureluur: Gluren bij de buren. Hoe zou dat er bij jou uit zien? Teken het zelf in dit sleutelgat zoals dit voorbeeld.
  • Ga zelf aan de slag met poëzie. Hoe? Dat lees je in mijn blog poëzie.
    Poëzie