Home / Gastblogger / Wie durft? zegt Sinterklaas

Wie durft? zegt Sinterklaas

[DOOR MARIE-JOSE] ‘En iedereen vindt ’s ochtends vroeg
een pakje in zijn schoen.
Behalve Brian. Kijk, daar zit hij op zijn blote knietjes,
met een bakje water en een wortel voor het paard.
Uren zingt hij Sinterklaas- en kattenliedjes,
 maar hij krijgt geen pakje in zijn schoen van Sinterklaas.’
– Wie durft? zegt Sinterklaas –

Het boek is geschikt om voor te lezen aan kinderen vanaf groep 1.

Het verhaal

Wie durft? zegt SinterklaasBrian is bijna nooit stout en toch krijgt hij niets in zijn schoen omdat de kattenpieten niet naar binnen durven.

In het huis van Brian woont namelijk een grote labrador en daar moeten de kattenpieten niets van hebben. Gelukkig verzinnen ze een oplossing zodat in alle honderdvierentwintig hondenhuizen toch cadeautjes gebracht kunnen worden.

Benieuwd naar dit boek? Bekijk het inkijkexemplaar.

Recensie

Het is wennen aan de illustraties van Barbara de Wolf in Wie durft? zegt Sinterklaas. De collagetechniek komt druk over, maar als je eraan gewend bent dan ziet het er prachtig uit. De twee uitklappagina’s zijn mooi en maken het boek bijzonder. De illustraties bieden veel kijkplezier voor kinderen als ze het boek van dichtbij kunnen bekijken. Ze kunnen steeds nieuwe details ontdekken.

Bette Westera kan een verhaal op rijm vertellen waardoor je dit boek heerlijk voor kunt lezen. Het verhaal gaat over het belang van het Sinterklaasfeest. Niemand mag buitengesloten worden en om dat te bereiken moet je creatief zijn! Prachtig hoe ze de muizen een bijzondere rol geeft terwijl ze eerst weg moesten kruipen omdat ze door de katten niet gewenst waren.

Met dank aan  Uitgeverij Levendig voor het toezenden van dit recensie-exemplaar.

Bekijk dit boek

Ideeën mini leeslessen Wie durft? zegt Sinterklaas

In de onderbouw werken de mini leeslessen anders. Het voornaamste doel van het voorlezen in de onderbouw is het leesplezier! Kinderen die graag worden voorgelezen en het fijn vinden om boeken te bekijken, zullen later het lezen sneller oppakken. Bij de keuze van het boek is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
In onderstaande mini leeslessen staat beschreven hoe je Wie durft? zegt Sinterklaas kunt voorlezen. Voorlezen is een manier om naast het vergroten van het leesplezier te werken aan andere doelen zoals het vergroten van de woordenschat, het inzicht in zinsbouw, verhaalbegrip, de communicatievaardigheid en boekoriëntatie te werken.

Voor het voorlezen:

  • Bekijk met dekinderen de voor- en achterkant en laat ze vertellen wat ze allemaal kunnen zien. Lees vervolgens de tekst op de achterkant voor.

Bij LIST bij kleuters vertel je kort de strekking van het verhaal zonder dat je de clou weggeeft. Je wil dat kleuters nieuwsgierig worden en de juiste informatie tot zich nemen, waardoor het verhaalbegrip zo groot mogelijk wordt. Voor dit boek zou dat als volgt kunnen:

  • Na het voorlezen van de achterkant kun je met de kinderen bedenken hoe het probleem met de hond opgelost zou kunnen worden. `welke kattenpiet zou het durven? Wat zouden ze zelf doen als ze een kattenpiet waren?…

Als het prentenboek voor de eerste keer voorgelezen wordt, onderbreek je bij LIST voor kleuters het verhaal zo min mogelijk. Je geeft alleen maar uitleg als je denkt dat sommige woorden te moeilijk zijn om het verhaal te begrijpen. Zorg ervoor dat de kinderen het boek goed kunnen zien.

  • Het boek is op rijm en het is lastig om vanuit de prenten de moeilijke woorden vooraf aan het lezen van een specifieke bladzijde uit te leggen bij dit boek. Ik zou ervoor kiezen om als het nodig is een synoniem te gebruiken waardoor de kinderen de strekking van het verhaal blijven begrijpen. Verder kun je bij het spel de moeilijke woorden uitbeelden en opnieuw in je verhaal verwerken. Zie daarvoor bij mogelijke activiteiten de ideeën bij spel en de woorden die je bij dit boek kunt behandelen om de woordenschat te vergroten.

Bij volgende keren voorlezen is het wel mogelijk om dieper na te denken over een fragment van het verhaal. Als je een denkvraag stelt, vraag dan door op wat de leerlingen antwoorden.

Maak een keuze uit onderstaande vragen:

  • Kijk en vergelijk: In het boek zijn de kattenpieten bang voor de honden en de muizenpieten niet. Wie heeft er een kat, een hond, een muis. Wie is bang voor wie en waarom denken jullie?
  • Betwijfelen: Sint wil zelf naar de huizen toe, maar dat vinden de kattenpieten geen goed idee. Waarom vinden ze dat geen goed idee? Waar zijn ze bang voor denken jullie? Hebben de kattenpieten gelijk?
  • Bedenken: De kattenpieten kijken Sint bedremmeld aan en zeggen ‘We weten wat u denkt, maar heus wij hebben niks gedaan! Wat zou de Sint denken volgens jullie en wat denkt hij volgens de kattenpieten?
  • Oplossen: Als er geen muizen waren geweest hoe zouden ze het dan op kunnen lossen?
  • Voorspellen: Wat denken jullie dat Sinterklaas volgend jaar zal doen? Hoe gaat hij de muizen voortaan behandelen?
  • Grote ideeën: Als er geen muizenpieten waren geweest dan hadden alle kinderen die thuis een hond hebben niets in hun schoen gekregen? Wat vinden jullie ervan dat die kinderen dan waren overgeslagen? Word jij ook wel eens overgeslagen? Hoe voelt dat?
  • Ontwerpen: De pieten brengen heel veel lekkere dingen in de schoenen. Borstplaat, schuimpjes, pepernoten, en nog veel meer. Kunnen jullie nog meer lekkernijen en cadeautjes bedenken die Sinterklaas meebrengt. Welke pakjes passen in een schoen?
  • Verbinden: Mattijs moest even wennen aan de muizenpietjes.  De grote mensen waren er nog niet aan gewend. Moet jij ook wel eens ergens aan wennen? En jouw papa of mama moeten die ook wel eens ergens aan wennen?

 Woorden die goed behandeld kunnen worden bij dit boek om de woordenschat te vergroten:

  • Met behulp van de illustraties: haard, reling.
  • Uitleggen met andere woorden: taken, glibberig, klompjes, borstplaat, schuim, ellendig, tegenwoordig, poosje, behalve, ernstig van de wijs raken, dapper, alle risico’s van dien, broze botten, voor geen goud, zelden, opgelucht, ze zijn zoek, bedremmeld, gejaagd, ze bestaan, hut, genieten, intocht, gewend.
  • Uitleggen door het te doen/aan te wijzen: sluipen, knakje in de staart, lapjes-Kattenpiet, behendig, labrador, windkracht negen, belanden, het ruim.

LIST bij kleuters

In groep 1-2 wordt op bijna alle scholen gewerkt met thematisch onderwijs. Bij het voorlezen is het dan ook een logische keuze om te kiezen voor prentenboeken die bij het thema passen. Het doel van het thematisch voorlezen is dat de ervarings- en taalbasis van de kinderen vergroot wordt.

Bij de LIST-methodiek kiezen de leerkrachten een essentieel thema, waarbij 1 prentenboek de basis is. Essentiële thema’s zijn brede onderwerpen waar mensen op verschillende wijzen naar kijken en die uitnodigen tot het stellen van vragen en filosoferen. Het zijn thema’s die vaak terugkomen in het dagelijks leven. Door het gebruik van een essentieel thema leren kinderen de verbinding te leggen tussen de wereld en zichzelf.

Essentieel thema

Bij Wie durft? zegt Sinterklaas past het essentieel thema: Iedereen hoort erbij…

De zin die centraal kan staan is: ‘De muizen durven wel’. Als centrale woord zou ik ‘muizen’ kiezen.

Andere essentiële thema’s zouden kunnen zijn.

  • Sinterklaas
  • Feest
  • Durven

Introductie:

De Sinterklaastijd geeft vele mogelijkheden tot introductie van het thema. Een aardig idee voor ontwerpend leren vond ik op Samen in de klas.

Er zijn ontzettend veel activiteiten te vinden over de Sinterklaastijd. Ik beperk me hieronder tot activiteiten die voortkomen uit het verhaal en de illustraties uit het boek Wie durft? zegt Sinterklaas.

Mogelijke activiteiten

Creatief schrijven:

  • De muizenpieten hebben bij Brian een B gebracht. Bedenk met de kinderen welke letters de muizenpieten bij de kinderen uit de klas zouden kunnen brengen. Schrijf de letters samen op A4 grootte en laat de kinderen als muizenpieten de letter bij het goede kind brengen (eventueel schoenen uit en in/bij  de goede schoen leggen).
  • Bedenk voor de zeven verschillende kattenpieten een echte pietennaam.
  • Teken en schrijf wat je bij je schoen legt voor de kattenpiet en wat voor de muizenpiet, waar zouden ze blij van worden?

Motoriek/knutselen:

  • Maak voor de kinderen uit het boek een cadeautje en pak het mooi in. Schrijf ook de naam op het pakje.
  • Zet in de speelzaal een parcours uit zoals op de uitklapbladzijde van de muizen. De kinderen brengen spullen van de ene naar de andere kant net zoals de muizen.
  • De katten doen het anders, die luisteren aan brievenbussen, gluren door sleutelgaten, lopen over daken, schuiven pakjes naar binnen of gooien ze door de schoorsteen. Een ander parcours voor de katten uitzetten en naspelen hoe ze dat doen in het boek.
  • Pepernoten rollen en bakken
  • Een sint, muizenpiet en kattenpiet knutselen van losse stukjes papier. Kijk hiervoor naar de illustraties in het boek als inspiratie

Spel:.

  • In de speelzaal het verhaal vertellend dramatiseren en naspelen. Gebruik in je verhaal de moeilijke woorden vanuit het boek die je uitbeeldt en de kinderen doen met je mee. Bij een tweede keer naspelen alleen vertellen en de kinderen laten uitbeelden.
  • In de speelhoek een haard nabouwen, laat de kinderen in het boek kijken wat ze bij de haard kunnen zetten.
  • De muizen hadden zich verstopt in het ruim. Verstop de dertig kleine muisjes van het boek in het klaslokaal en laat de kinderen zoeken.
  • Juf Bianca heeft tien kringactiviteiten bedacht die met een kleine aanpassing bij dit boek passen.

Bouwhoek:

  • Bouw een haard zoals in het boek
  • Lukt het om zeven bedden te bouwen voor de zeven verschillende katten, denk na over hoe de katten weten welk bedje voor hen is.
  • Bouw een huis met een puntdak, een huis met een plat dak, een huis met een open deur.

Muziek:

  • Achter in het boek vind je katten- en muizenpietliedjes die vanuit bekende sinterklaasliedjes voor dit verhaal herschreven zijn. De kinderen zullen ze snel mee kunnen zingen nadat je dit verhaal hebt gelezen.

Rekenen:

  • In het boek kom je regelmatig een cijfer tegen. Er zijn zeven verschillende kattensoorten, vijfentwintig muizen, je ziet letters op bladzijdes, cadeautjes, kaasblokjes, schoenen en nog veel meer. Samen met de kinderen kun je veel telopdrachten uitvoeren.
  • Hoeveel letters M moeten de pieten in onze klas brengen en hoeveel letters B, etc…?

Sociaal-emotioneel:

  • Wie durft? zegt Sinterklaas. De katten durven niet want ze zijn bang voor honden. Bespreek met de kinderen wat ze durven en waar ze bang voor zijn.
  • Een mooi boek om uit te filosoferen en passend bij dit thema is Kan niet bestaat niet
  • Ook Coco kan het! en het boek is bang gaan in op bang zijn en durven.

Andere boeken bij het thema

Overige ideeën

  • Zie ook de website van juf Anke met suggesties bij het thema Sinterklaas.