Mini leeslessen met nieuwkomers

[Moniek] Ik krijg vaak de vraag van leerkrachten hoe je met nieuwkomers mini leeslessen vorm geeft. In deze blog vertel ik je hoe je ook bij nieuwkomers mini leeslessen kan inzetten.
– Mini leeslessen met nieuwkomers –

Header blog Mini leeslessen met nieuwkomers

Mini leeslessen met nieuwkomers

Stel je voor…. Je verhuist naar Zweden om daar naar school te gaan. Je begrijpt en spreekt maar een klein beetje Zweeds. In het begin begrijp je niks van wat je leest maar na een paar maanden begin je de verhalen te begrijpen. Wat zou helpend zijn om te begrijpen wat je leest? Ik krijg vaak de vraag van leerkrachten hoe je nu met nieuwkomers mini leeslessen vorm kunt geven. In deze blog vertel ik je hoe je ook bij nieuwkomers mini leeslessen kan inzetten.

Lezen met begrip

In het huidige onderwijs heeft bijna elke klas wel een leerling waarvan het Nederlands niet zijn moedertaal is. Alle leerlingen verdienen goed leesonderwijs ook nieuwkomers. Het draait immer niet alleen om het verklanken van een leestekst maar ook om het begrijpen van de tekst. Om te kunnen lezen met begrip moet je 85% van de woorden in de tekst kennen (Van Koeven & Smits, 2016). Vaak zit hier het probleem voor nieuwkomers . Doordat zij nog maar weinig Nederlandse woorden kennen lezen zij langzamer en begrijpen zij niet wat zij lezen. Daarom is het ophalen van de voorkennis en het bespreken van de moeilijke woorden zo belangrijk voor deze leerlingen. En vergeet het nabespreken van gelezen tekst niet!

Tips voor het bespreken van de moeilijke woorden:

  1. Woordbetekenissen verduidelijken met plaatjes
  2. Begrippenschema’s zoals een woordparaplu, woordentrap
  3. Vertalingen
  4. Filmpjes en foto’s laten zien

Hoe kom je tot betekenisvol lezen met nieuwkomers?

Als eerst is het belangrijk dat nieuwkomers het verklanken van de Nederlandse klanken onder de knie hebben. Pas dan kan er meer aandacht besteedt worden aan tekstbegrip. Meer tekstbegrip zorgt voor meer motivatie om te lezen en door meer te lezen vergroot je je ervarings- en taalbasis uiteindelijk (Cain,2010; Smits & Van Koeven, 2017; Hirsch, 2016; Houtveen, 2012). Het is van groot belang om de nieuwkomers leerlingen teksten te laten lezen die betekenisvol zijn, maar ook rijk zijn. Teksten in leesmethoden zijn dikwijls betekenisloos voor leerlingen. De methodeteksten bevatten meestal verarmd taalgebruik (Van Koeven & Smits, 2016).

Als voor de nieuwkomers het technisch leesniveau leidend is voor de teksten die ze aankunnen, lezen de leerlingen teksten die kennisarm zijn en vaak onder hun leeftijdsniveau zijn. Hierdoor wordt de kennisontwikkeling afgeremd, want meestal zijn de kennisrijke teksten de ook wat technisch moeilijkere teksten (Meester & Bosman, 2019). Het is logisch dat de leerlingen het moeilijk vinden om deze teksten te begrijpen, maar met de juiste ondersteuning kunnen ook zij de teksten lezen en begrijpen. Nieuwkomers hebben behoefte aan ondersteuning bij de moeilijke woorden in de tekst. Dat kun je bieden door deze woorden uit te leggen en/of te ondersteunen met voorwerpen, plaatjes en filmpjes. Alleen met deze ondersteuning komen nieuwkomers tot het begrijpen van de tekst en uitbreiden van de kennis.

Ophalen van voorkennis

Het begin van lezen met begrip voor nieuwkomers is het ophalen van de voorkennis. Vergeet niet dat de nieuwkomers al veel kennis hebben in de moedertaal. Door ze te laten nadenken in de moedertaal hoeven ze meestal alleen nog het Nederlandse label te plakken op wat ze al aan kennis hebben, in plaats van dat kennis deels opnieuw wordt aangeleerd (Hajar, Kootstra, & Van Popta, 2018). Om een tweede taal te kunnen leren en begrijpen is het van groot belang de voorkennis, de ervarings- taalbasis die bij de leerlingen reeds aanwezig is, te activeren. We leren het best wanneer voorkennis en bekende concepten geactiveerd worden, voordat we iets nieuws aanleren (Cummins, et al., 2005). Losse woorden worden sneller vergeten, deze woorden worden geïsoleerd opgeslagen in het geheugen. Als je de woorden aanbiedt binnen een rijke context is de kans groter dat de leerlingen verschillende verbanden leggen tussen de nieuwe woorden en de eerder geleerde woorden.

Nieuwkomers leren sneller wanneer de woorden aangeboden worden binnen een rijke context. Het langdurig werken aan één thema leidt tot positieve effecten op woordenschat, kennis, leesbegrip en technische leesvaardigheid. Het werken in Multiperspectivische thema’s wordt voor de leerlingen betekenisvoller en biedt meer mogelijkheden om de verschillende schoolse taalvaardigheden met elkaar te integreren. Immers bestaat rijk taalonderwijs uit lezen, schrijven en spreken. Wanneer er gewerkt wordt in rijke thema’s zijn de leerlingen gemotiveerd en worden er in de hersenen meer verbindingen gelegd die essentieel zijn voor begrip (Smits & van Koeven, 2017; Tschida & Buchanan, 2015). Nieuwkomers kunnen beter werken aan het schrijven van eigen, korte teksten schrijven, verhaaltjes, ervaringen, beschrijvingen enzovoort in plaats van werken met kleutermateriaal (PO-Raad, 2017). De thema’s van de Kinderboekenweek zijn voorbeelden van multiperspectivische thema’s. Door leesboeken binnen het thema te lezen wordt het thema nog sterker.

Mini leeslessen zijn ook voor nieuwkomers.

Mini leeslessen zijn zeer geschikt voor nieuwkomers. De eerste stap is de nieuwkomer laten lezen wat hij/zij leuk vindt en niet wat bij je AVI- niveau past. De tweede stap is de voorkennis aanbrengen om het verhaal te begrijpen. En de derde stap een passende leesvraag mee te geven tijdens het stillezen. Maar hoe bedenk je een passende leesvraag? Een passende leesvraag is een vraag waar de nieuwkomer het antwoord op kan vinden en welke hij/zij ook kan beantwoorden. De valkuil is dat de vraag te moeilijk om te beantwoorden of dat het een woordenschatlesje wordt in plaats van daadwerkelijk inzoomen op het boek en gelezen stuk. Een voorbeeld van een goede vraag om mee te beginnen is :vertel iets over het personage waarover je gelezen hebt? Later kun je diepgaandere vragen stellen zoals: Wat weet je over de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt? of Wat doet het verhaal met je?

Na het stillezen vraag je de leerlingen een antwoord op de leesvraag met jou te delen. Kunnen ze antwoord geven op de leesvraag? Maak ook gebruik van de moedertaal. Laat ze bijvoorbeeld het antwoord al even bespreken in de moedertaal met een schoudermaatje. Dit geeft ze de kans om hun gedachten te ordenen en het daarna te labelen naar het Nederlands. Vervolgens vraag je een aantal leerlingen de leesvraag te beantwoorden. Door mini leeslessen te geven zet je de leerlingen aan tot nadenken over het gelezen stuk en de taal actief te gaan gebruiken. En uiteindelijk tot leesbegrip en leesplezier, ook voor nieuwkomers.

Het is ook belangrijk dat jij als leerkracht zelf het goede voorbeeld geeft, je hebt immers een voorbeeldrol. Lees zelf tijdens het stillezen uit een kinderboek en vertel hier enthousiast over. De kinderen zullen aan je lippen hangen.

10 leesvragen om mee aan de slag te gaan

  1. Vertel eens iets over de personage waarover je gelezen hebt?
  2. Hoe ziet in je boek een huis eruit?
  3. Welke dieren komen er in je boek voor?
  4. Wat voor werk doen de mensen in je boek?
  5. Wat wordt er in je boek gegeten?
  6. Wat vind je grappig in het verhaal?
  7. Vertel eens over een spannend stuk in je verhaal?
  8. Kan je vertellen waar het verhaal zich afspeelt?
  9. Heb je gelezen wat de personage voelde? Kun je hier kort iets over vertellen?
  10. Wat weet je over de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt?

Literatuur

  • Cain, K. (2010). Reading Development and difficulties. West Sussex: Blackwell Publishing.
  • Cummins, J., Bismilla, V., Chow, P., Giampapa, F., Leoni, L., & Sastri, P. (2005). Affirming identity in multilingual classrooms. Educational leadership, 38-43.
  • Hajar, M., Kootstra, G., & Van Popta, M. (2018). Ruimte en Richting in Professionalisering voor Onderwijs aan Nieuwkomers. Utrecht: Hogeschool Utrecht.
  • Hirsch, E. (2016). Why knowledge matters. Rescuing our childern from failed educational theories. Cambridge: Harvard Education Press.
  • Houtveen, A. A., Brokamp, S. K., & Smits, A. E. (2012). Lezen, lezen, lezen! Utrecht: Hogeschool Utrecht.
  • Meester, E., & Bosman, A. (2019). Kennis van de wereld is zijn opstapje. Didactief, 4-6.
  • PO-Raad. (2017). Ruimte voor nieuwe talenten. Den-Haag.
  • Smits, A., & van Koeven, E. (2016, dinsdag 12). Goed taalonderwijs is goed NT2- onderwijs. Geraadpleegd op 1juni 2023, van http://geletterdheidenschoolsucces.blogspot.com/2016/07/goed-taalonderwijs-is-goed-nt2-onderwijs_84.html
  • Smits, A., & van Koeven, E. (2017). Uitgangspunten voor effectief onderwijs in beginnende geletterdheid. Zwolle: Windesheim Master Educational Needs. Tschida, C. M., & Buchanan, L. (2015). Tackling Controversial Topics: Developing Thematic Text Sets for Elementary Social Studies. Wilmington: Universiteit North Carolina

Vergelijkbare artikelen